Prijslijst 2026 · Nederland

Fundering onder bestrating tot 50 cm dik

De fundering is de dragende laag van gebroken steen of granulaat onder het straatzand en de klinkers. De bestrating zelf draagt niets. Al het gewicht van auto's, containers en bestelbussen gaat via deze laag naar de grond eronder.

Bijgewerkt 09/2026·13 min read·8 price list items
Prijs standaardwerk
€ 4,95/ m²
Indicatieve bandbreedte
€ 3,96 - € 6,44
60 m² appartement
€ 743,00
Prijs alleen voor deze specifieke werkzaamheid - zonder materiaal en zonder voorbereidend werk. Dit is niet de prijs van de complete klus.
Bereken mijn renovatie
Actuele prijzen

Bereken het werk met de prijslijst

Vul de hoeveelheden in en de prijs wordt direct herberekend. Prijsniveau: Nederland. In uw prijslijst kunt u de tarieven zelf aanpassen.

Bestrating en klinkerwerk8 posten

Alle getoonde prijzen zijn exclusief btw. De arbeidsprijs is alleen arbeid. De prijs incl. materiaal omvat ook hulpmaterialen (lijm, voorstrijk, kitten, bevestigingsmiddelen). Wand- en vloertegels, vloeren, verf en sanitair kiest en koopt de klant zelf, die zitten niet in de prijs.

PostEenheidPrijs / eenheidHoeveelheidTotaal
Voorbereiding ondergrond
Funderingslaag aanbrengen tot 50 cm dikm²€ 4,95-
Verwijderen van straatwerkm²€ 4,95-
Uitgraven voor fundering bestratingm³€ 64,40-
Geotextiel plaatsenm²€ 3,50-
Aanleg grindfundering inclusief verdichtenm²€ 13,80-
Egaliseren van zandbedm²€ 4,60-
Funderingslaag aanbrengen tot 30 cm dikm²€ 3,70-
Verdichten van onderlaag met trilplaatm²-
Totaal arbeid
- vul hoeveelheid in
Offerte maken vanuit prijslijst →

Wanneer is een fundering tot 50 cm nodig

Voor gewone betonklinkers op een oprit voor een personenauto, op goede zandgrond, ligt de fundering meestal rond de 20 tot 30 cm. Een laag die richting een halve meter gaat, adviseert een ervaren stratenmaker of adviseur pas als een dunnere laag het gewicht niet goed genoeg over de ondergrond verdeelt.

Typische situaties

  • Klei of leem die bij nat weer zacht wordt en in de winter kan opvriezen
  • Een terrein waar bestelbussen, een vrachtwagen met bouwmateriaal, een afvalcontainer of landbouwvoertuigen komen
  • Een inrit naar het erf waar af en toe een zware wagen overheen rijdt, bijvoorbeeld een betonmixer of een tankwagen
  • Een hoge grondwaterstand of een tuin waar na regen lang water blijft staan
  • Ophooggrond, een oude dichtgegooide sloot of grond met veel plantenresten die vervangen moet worden
  • Een terrein dat deels opgehoogd en vlak gemaakt moet worden

Waarom helpt een dikkere laag eigenlijk? Steenachtig materiaal spreidt de druk van een wiel schuin naar beneden, een beetje als een kegel. Hoe dikker de laag, hoe groter het stuk grond dat dezelfde belasting draagt, en hoe minder die grond indrukt. Een dikke laag beschermt de ondergrond bovendien tegen vorst. Grond die niet bevriest, zet niet uit, en de bestrating gaat in de winter niet golven.

Een Nederlandse bijzonderheid: veengrond

In veengebieden ligt het anders. Daar is een dikke laag zwaar granulaat niet automatisch beter, want het extra gewicht drukt het veen verder in. Het terrein kan dan juist sneller zakken. Op veen kiest men daarom soms voor lichtere ophoogmaterialen onder de fundering of voor een opbouw die regelmatig bijgesteld kan worden. Woon je in zo'n gebied, laat de opbouw dan afstemmen op de ondergrond en reken erop dat bestrating daar na een aantal jaren opnieuw opgehoogd moet worden, hoe goed het werk ook is uitgevoerd.

Het verschil met een fundering tot 30 cm

Beide posten in de prijslijst beschrijven hetzelfde werk: materiaal aanvoeren, verspreiden en verdichten. Het verschil zit niet alleen in meer steen. De werkwijze, het materieel en de risico's veranderen mee.

  • Aantal lagen: een fundering tot 30 cm wordt meestal in één of twee lagen verdicht, bij 50 cm zijn dat er gewoonlijk drie en soms vier, en elke laag moet apart verdicht en gecontroleerd worden
  • Opbouw: bij een dikke fundering komt onderin vaak grover materiaal en bovenin fijner granulaat, een dunne fundering bestaat meestal uit één soort materiaal
  • Ontgraving: de totale opbouw met straatzand en stenen komt al snel op 60 tot 70 cm diepte, dus meer grond eruit, meer afvoer en meer kans om op kabels of leidingen te stuiten
  • Materieel: voor 50 cm is een zware omkeerbare trilplaat of een trilwals nodig, een lichte trilplaat uit de verhuur is eerder geschikt voor een dunne fundering
  • Aanvoer: bij deze dikte gaat er per vierkante meter meestal ruim een ton materiaal in, dus voor dezelfde oppervlakte komen er veel meer vrachtwagens
  • Tijd: elke extra laag betekent opnieuw verspreiden, natmaken, verdichten en meten
  • Randen: een dikkere fundering moet verder doorlopen dan de opsluitbanden, anders breekt de rand onder een wiel weg, en dus wordt de ontgraving breder

Twijfel je welke variant je nodig hebt, dan beslissen de grondsoort en wat er over de verharding gaat rijden. Een draagkrachtmeting op de bodem van de ontgraving laat vaak zien of 30 cm voldoende is of dat een dikkere laag echt nodig is. Bezuinigen op dikte bij slappe grond loont meestal niet. Verzakte bestrating herstellen betekent alles opbreken tot op de grond.

Wat klaar moet zijn voordat de ploeg komt

Kabels en leidingen

Voordat er tot zo'n 70 cm diep gegraven wordt, moet duidelijk zijn waar kabels en leidingen liggen: gas, elektra, water, riolering en telecom. De ligging staat in de KLIC-gegevens van het Kadaster, maar huisaansluitingen liggen in de praktijk vaak ondieper of anders dan op tekening. Graaf daarom de laatste centimeters rond aansluitingen met de hand. Raakt iemand bij het graven een gasleiding, verlaat dan direct de plek, gebruik geen open vuur, schakelaars of telefoon in de buurt en bel vanaf veilige afstand het Nationaal Storingsnummer Gas en Stroom, 0800 9009. Is er direct gevaar, bel 112. Beschadigde kabels en leidingen laat je altijd herstellen door de netbeheerder of een erkend vakman.

Een gereed cunet

De fundering komt op het cunet, de vlakke en verdichte bodem van de ontgraving. Die bodem moet al op afschot liggen, zonder modder, wortels of zachte plekken. Ontgraven, grond afvoeren, opsluitbanden zetten en het straatzand aanbrengen zijn in de prijslijst meestal aparte posten. Kijk in de offerte goed wat er wel en niet bij zit.

Logistiek

  • Een aanrijroute voor een vrachtwagen met granulaat en een plek om te storten
  • Een draagkrachtige ondergrond waarover de wagen kan achteruitrijden zonder het gazon of de opsluitbanden van de buren te beschadigen
  • Een kraan of slang om het materiaal bij droog weer nat te maken
  • Afspraken met de buren als er vlak bij hun schutting of gevel getrild wordt
  • Een vast hoogtepunt waarvan de hoogte van de bestrating wordt afgeleid, zoals de dorpel van de garage of de voordeur

Materialen en opbouw

Menggranulaat en betongranulaat

In Nederland is gebroken puin het meest gebruikte funderingsmateriaal. Menggranulaat bestaat uit gebroken beton en metselwerk, betongranulaat vooral uit beton. Een gangbare sortering is 0/31,5: grove korrels en fijne deeltjes die de holtes opvullen, zodat het materiaal goed verdicht en aan elkaar haakt. Betongranulaat is over het algemeen wat sterker en minder gevoelig voor water dan menggranulaat met veel baksteen. Granulaat van een gecertificeerde breker heeft een bekende samenstelling en bevat nauwelijks hout, plastic of gips. Los sloopafval van een bouwplaats hoort niet in een fundering: het wordt zacht in water en laat zich niet betrouwbaar verdichten.

Steenslag

Gebroken natuursteen, bijvoorbeeld in de sortering 0/31,5 of 0/40, is een alternatief als je geen granulaat wilt of als er hogere eisen aan de bovenste laag worden gesteld. Het laat zich goed vlak afwerken. Bij een dikke fundering wordt soms onderin granulaat gebruikt en bovenin steenslag.

Grof materiaal onderin

Op heel zachte of natte grond komt onderin soms een laag grove steen, bijvoorbeeld in een sortering als 32/63. Die drukt zich in de zachte grond, vormt een stevigere basis en voert water af. Daarop moet wel een laag met fijne delen komen. Anders zakt het fijnere materiaal van boven in de holtes en zakt de hele fundering na verloop van tijd.

Zand, geotextiel en afwatering

Op slappe klei wordt onder de fundering vaak eerst een laag ophoogzand aangebracht, met daaronder of daartussen een scheidend geotextiel. Meestal is dat een niet-geweven doek van ongeveer 200 tot 300 g/m², volgens opgave van de fabrikant. Het doek voorkomt dat fijne grond in het granulaat dringt en granulaat in de grond. Zonder doek vermengt een dikke fundering op klei zich na jaren met de ondergrond en verliest ze haar draagkracht. Waar water blijft staan, hoort onderin de ontgraving een drainagebuis op afschot naar een infiltratievoorziening of een afvoer. Veel gemeenten stimuleren dat regenwater op eigen terrein in de grond zakt. Vraag bij je gemeente of er een regeling voor afkoppelen is.

Zo gaat het werk op de bouwplaats

  1. Cunet controleren: diepte vanaf het hoogtepunt, afschot, vlakheid en zachte plekken. Zachte plekken uitgraven en aanvullen met zand of granulaat.
  2. Cunet verdichten met een trilplaat of wals. Natte klei liever eerst laten opdrogen of laten verbeteren door een gespecialiseerd bedrijf.
  3. Geotextiel uitrollen met een overlap van ongeveer 30 tot 50 cm en het doek ook tegen de zijkanten van de ontgraving laten oplopen.
  4. Drainage leggen als die is voorzien en omhullen met grind.
  5. Eerste laag aanvoeren en verspreiden, meestal 15 tot 20 cm na verdichten. Met zwaar materieel niet direct over het geotextiel rijden.
  6. Vochtigheid op peil brengen: droog materiaal natmaken, doorweekt materiaal laten uitlekken.
  7. De laag in meerdere gangen verdichten, van de randen naar het midden en met overlappende banen, tot het materiaal onder de plaat niet meer beweegt en er geen sporen meer achterblijven.
  8. Volgende lagen op dezelfde manier aanbrengen en verdichten, de bovenste laag van fijner materiaal.
  9. Het oppervlak op het afschot van de bestrating brengen, meestal rond 2 % van het huis af.
  10. Hoogtes, vlakheid met een rei en eventueel de draagkracht controleren als die meting is afgesproken.

Waarom laag voor laag

Een trilplaat verdicht maar tot een bepaalde diepte. Een zware omkeerbare plaat haalt ongeveer 20 tot 30 cm, een lichte plaat veel minder. Wie 50 cm in één keer stort, krijgt een oppervlak dat stevig lijkt terwijl de onderkant los blijft. Die onderkant verdicht zich dan alsnog onder de auto, en de bestrating zakt weg in sporen.

Hoe lang het duurt

Op een kleinere oprit is een ploeg met minigraver en zware trilplaat meestal enkele dagen bezig. Een groter terrein of een lastige bereikbaarheid kost meer tijd. Granulaat hoeft niet uit te harden of te drogen zoals beton. Na verdichten en controleren kan de stratenmaker direct verder met straatzand en stenen. Regen kan wel vertragen: een doorweekt kleicunet laat zich niet verdichten en moet eerst opdrogen. Bij vorst wordt er niet gestort op een bevroren ondergrond en niet met bevroren materiaal gewerkt.

Wat het werk makkelijker of lastiger maakt, en met wie je afstemt

Maakt het makkelijker

  • Vrije toegang, zodat de wagen het materiaal direct in of naast de ontgraving kan storten
  • Een rechthoekige vorm zonder veel hoeken, putten en uitsparingen
  • Draagkrachtige, droge grond en gunstig weer
  • Een cunet dat al verdicht is en op de juiste diepte ligt

Maakt het lastiger

  • Een smalle doorgang, waardoor het materiaal met kruiwagen of kleine shovel verplaatst moet worden, wat in rijtjeswoningen met een achterpad vaak voorkomt
  • Rioolputten, kolken en aansluitingen waar rondom met de hand verdicht moet worden
  • Werk vlak langs oude funderingen, waar zwaar trillen scheuren kan veroorzaken, zodat met lichter materieel in dunnere lagen gewerkt wordt
  • Een nat of slap cunet, grondverbetering of drainage
  • Een hoogteverschil waarbij de randen tegen afschuiven gezekerd moeten worden

Let er bij een diepe ontgraving vlak langs het huis op dat de fundering van de woning niet ondergraven wordt. Komt de bodem van de ontgraving lager dan de onderkant van de huisfundering, laat de aanpak dan eerst beoordelen door een constructeur.

Volgorde van de vakmensen

Alles wat onder de verharding komt, moet klaar zijn voordat de fundering erin gaat: hemelwaterafvoer, mantelbuizen voor elektra naar het hek en de buitenverlichting, de waterleiding en eventueel beregening. Mantelbuizen en aansluitingen voor elektra laat je aansluiten door een erkend elektricien, leidingwerk door een loodgieter of installateur. Later sleuven graven in een verdichte fundering is lastig en laat bijna altijd een zwakke plek achter. Opsluitbanden worden in beton gezet, afhankelijk van de werkwijze van het bedrijf op de onderste laag of vóór de bovenste laag. Belangrijk is dat de fundering voorbij de banden doorloopt. Daarna volgen het straatzand en de stenen. De stratenmaker hoort de fundering te beoordelen en de hoogtes te bevestigen voordat hij begint.

Typische fouten en hoe ze later zichtbaar worden

  • De hele dikte in één keer gestort: na een jaar ontstaan sporen waar de auto rijdt
  • Geen geotextiel op klei: de fundering vermengt zich langzaam met de grond, de bestrating gaat golven en zakt
  • Een bak van granulaat in kleigrond zonder afschot en afwatering: het water blijft in de fundering staan, bevriest in de winter en drukt de bestrating omhoog
  • Droog, stoffig materiaal zonder natmaken: het lijkt verdicht, maar valt onder belasting uit elkaar
  • Onbekend puin met hout en gips: wordt na een paar jaar zacht en zakt in
  • Fundering die precies bij de opsluitband ophoudt: de band kantelt onder een wiel en de rand van de bestrating wordt kapotgereden
  • Afschot pas in het straatzand en niet in de fundering: het zandbed is dan op de ene plek dun en op de andere dik, en de stenen zakken ongelijk
  • Rond putten alleen voor de vorm verdicht: rond de deksels ontstaan kuilen
  • Vrachtwagens tijdens de bouw over de afgewerkte fundering laten rijden: de sporen moeten opnieuw vlak gemaakt en verdicht worden

In de praktijk zie je het probleem vaak niet meteen. De bestrating ligt het eerste jaar mooi vlak, en fouten in de fundering komen pas na de tweede of derde winter naar boven. Daarom is het verstandig elke laag tijdens het werk te controleren en niet alleen het eindresultaat.

Doe-het-zelfgids: dikke fundering voor een kleine parkeerplek

Zelf een fundering maken kan bij een kleine oppervlakte, zoals een parkeerplek voor één personenauto of de ondergrond van een tuinhuis, als de plek goed bereikbaar is en de grond niet afkalft. Stap niet in een ontgraving met steile wanden zolang die niet schuin is afgegraven, en graaf zelf niet waar kabels en leidingen lopen. Bij een grotere oppervlakte of zwaar verkeer laat je het werk over aan een bedrijf dat ook de draagkracht kan meten.

  1. De ligging van kabels en leidingen opvragen en ter plekke laten aanwijzen.
  2. De oppervlakte uitzetten met piketten en een draad, 20 tot 30 cm breder dan de bestrating.
  3. Grond uitgraven tot de diepte van fundering, straatzand en stenen, en wortels en teelaarde verwijderen.
  4. De bodem op afschot brengen en verdichten met een gehuurde omkeerbare trilplaat.
  5. Geotextiel met overlap uitrollen als de grond uit klei bestaat.
  6. Een eerste laag grover granulaat storten, zo dik dat er na verdichten ongeveer 15 cm overblijft.
  7. Het materiaal natmaken als het droog is en verdichten tot de plaat niet meer springt en er geen sporen achterblijven.
  8. Op dezelfde manier de volgende lagen aanbrengen, de bovenste van fijner materiaal.
  9. Draden spannen op hoogte en op afschot en het oppervlak controleren met een lange rei.
  10. Kuilen die de rei laat zien bijvullen en opnieuw verdichten.

Draag tijdens het trillen gehoorbescherming en stevige schoenen. Een trilplaat is zwaar. Trek hem op een helling nooit naar je toe.

Controle en oplevering van de fundering

Neem de fundering bij voorkeur op voordat de stratenmaker komt. Zodra de stenen liggen, kijk je er niet meer in. Is er een draagkrachtmeting afgesproken, bijvoorbeeld met een plaatbelastingproef of een lichte valgewichtmeting, vraag dan om het meetrapport. De vereiste waarde op het cunet en op de fundering hangt af van de belasting en wordt bepaald door de adviseur of de leverancier van de bestrating.

  • De dikte van de fundering klopt met de afspraak, gecontroleerd met een proefgat of door tijdens het werk vanaf het hoogtepunt te meten
  • De fundering is laag voor laag verdicht en niet in één keer
  • Onder de fundering ligt geotextiel als de grondsoort daarom vroeg
  • Het oppervlak ligt op het afschot van de bestrating en water loopt weg in plaats van te blijven staan
  • Onder een lange rei zijn geen grote kuilen of bulten te zien en de vlakheid voldoet aan de eis van de stratenmaker
  • Bij overrijden met een auto of hard aanstampen ontstaan geen sporen en het oppervlak veert niet
  • Rond putten en kolken is de fundering net zo stevig als elders
  • De fundering loopt door tot voorbij de geplande opsluitbanden
  • Het gebruikte materiaal komt overeen met de afgesproken sortering en bij granulaat is de herkomst bekend
  • Mantelbuizen en aansluitingen onder de verharding liggen erin en zijn op tekening of foto vastgelegd
  • Het meetrapport van de draagkracht is overhandigd als die meting was afgesproken

Veelgestelde vragen

Op goede zandgrond en voor personenauto's vaak wel. Bij klei, een hoge grondwaterstand of zwaar verkeer loop je met een dunnere fundering het risico dat de bestrating verzakt. De grondsoort en de belasting beslissen. Bij twijfel geeft een draagkrachtmeting op het cunet uitsluitsel. Op veen geldt dat meer gewicht niet altijd helpt, daar is maatwerk nodig.

Gerelateerde werkzaamheden

Bereken het hele project, niet alleen één werkzaamheid

In de prijslijst bouwwerkzaamheden kiest u posten uit alle vakgebieden en NUMIQ maakt er een offerte van die klaar is voor de klant.