Bereken het werk met de prijslijst
Vul de hoeveelheden in en de prijs wordt direct herberekend. Prijsniveau: Nederland. In uw prijslijst kunt u de tarieven zelf aanpassen.
Alle getoonde prijzen zijn exclusief btw. De arbeidsprijs is alleen arbeid. De prijs incl. materiaal omvat ook hulpmaterialen (lijm, voorstrijk, kitten, bevestigingsmiddelen). Wand- en vloertegels, vloeren, verf en sanitair kiest en koopt de klant zelf, die zitten niet in de prijs.
| Post | Eenheid | Prijs / eenheid | Hoeveelheid | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Bestrating | ||||
| Bestrating leggen, 4-6 cm dik | m² | € 20,25 | - | |
| Bestrating leggen, 8-10 cm dik | m² | - | ||
| Decoratieve bestrating leggen | m² | - | ||
| Toeslag voor kleine stenen tot 10×10 cm | m² | € 10,10 | - | |
| Bestrating snijden, 4-6 cm dik | str.m | € 6,45 | - | |
| Bestrating snijden, 8-10 cm dik | str.m | € 10,10 | - | |
| Voegen vullen met kwartszand | m² | € 3,50 | - | |
| Afstrooien en voegzand invegen | m² | € 1,85 | - | |
Wanneer volstaat een steen van 4 tot 6 cm
De dikte van de steen is geen kwestie van uiterlijk. De belasting bepaalt de keuze. Een dikkere steen kantelt minder snel onder een wiel en verdeelt de druk beter over de ondergrond. Een dunne steen breekt of kantelt eerder als er zwaar en puntsgewijs op gedrukt wordt.
- Dikte 4 cm is bedoeld voor plekken waar alleen gelopen wordt: tuinpaden, terrassen, de rand rond een zwembad, de plek onder een bank of barbecue, het pad naar de composthoop.
- Dikte 6 cm kan ook voetgangersgebied met af en toe een licht voertuig aan, als de fabrikant dat voor het type aangeeft en de fundering erop is gemaakt. Denk aan een pad waar een enkele keer een bestelauto met materiaal over rijdt, of een strook voor fietsen en een zitmaaier.
Kun je op een steen van 6 cm parkeren? Fabrikanten staan vaak af en toe een personenauto toe, maar geen dagelijks parkeren. Het meeste kwaad doet het sturen met stilstaande wielen. Het wiel duwt de stenen dan niet alleen naar beneden, maar schuift ze ook opzij en breekt de randen af. Voor een oprit, een parkeerplaats en de plek waar de auto draait is een dikte van 8 cm geschikter.
Verwacht je dat een deel van de tuin later een parkeerplek wordt, beslis dan meteen. Dunne stenen later vervangen door dikkere betekent alles opbreken, dieper ontgraven en de fundering opnieuw verdichten.
Het verschil met stenen van 8 tot 10 cm
Op het eerste gezicht zien beide diktes er hetzelfde uit, want dezelfde vorm wordt vaak in beide gemaakt. Bij de aanleg merk je het verschil wel:
- Belasting: 4 tot 6 cm is voor voetgangers en af en toe licht verkeer. 8 tot 10 cm hoort op opritten, parkeerplaatsen en plekken waar een bestelbus of vuilniswagen komt.
- Fundering: onder de dunnere steen volstaat meestal een dunnere funderingslaag en minder diep ontgraven. Er gaat minder grond af en er komt minder granulaat aan.
- Verdichten: dunne stenen worden afgetrild met een lichtere trilplaat met rubberen mat. Een zware plaat die geschikt is voor 8 cm kan stenen van 4 cm laten barsten.
- Opsluiting: bij een looppad zijn tuinbanden of lichte opsluitbanden gebruikelijk. Bij berijdbare verharding zijn de banden zwaarder en staan ze dieper in beton.
- Sjouwen: dunne stenen zijn lichter. Ze kunnen met de hand of met de kruiwagen door de tuin, waar een minigraver niet komt. In veel Nederlandse rijtjeshuizen is dat de enige route.
- Zagen: een dunnere steen is sneller gezaagd en een kleinere zaag volstaat. Smalle stukjes zijn wel brozer en komen makkelijker los.
Op één perceel worden de diktes vaak gecombineerd: de oprit in 8 cm, het pad naar de deur en het terras in 4 of 6 cm. Het verschil in dikte wordt in de fundering opgevangen, zodat de bovenkant gelijk doorloopt. Scheid de overgang met een opsluitband of een rij stenen in beton, zodat het dunne deel aan de rand van de oprit niet gaat schuiven.
Wat klaar moet zijn voordat de stratenmaker komt
Hoogtes, afschot en afwatering
Voor het ontgraven moet duidelijk zijn waar de bovenkant van de bestrating komt en waar het water heen gaat. Bestrating tegen het huis moet van het huis af lopen, meestal met een afschot van ongeveer 1,5 tot 2 %. Bij een pad van twee meter breed is dat zo'n 3 tot 4 cm. Bij een terras bepaal je de hoogte ten opzichte van de dorpel van de tuindeur, bij de voordeur ten opzichte van de stoep of trede. Kan het water niet naar het gazon of de border, plan dan vooraf een lijngoot, een kolk of een infiltratievoorziening. Steeds meer mensen koppelen de regenpijp af en laten het water in de eigen tuin wegzakken. Sommige gemeenten stimuleren dat met een regeling, vraag daar gerust naar.
Kabels en leidingen
Doe voor het graven een KLIC-melding bij het Kadaster. Je ziet dan waar water, riool, gas, stroom en telecom liggen. Leidingen op eigen terrein, zoals een tuinkraan of tuinverlichting, staan daar niet altijd op, dus vraag ernaar of zoek het na. Raak je bij het graven een gasleiding of ruik je gas, verlaat dan de plek, gebruik geen vuur of schakelaars en bel het Nationaal Storingsnummer Gas en Stroom, 0800 9009. Bij direct gevaar bel je 112.
Toegang, opslag en materiaal
Zorg voor een plek voor pallets, zand, granulaat en afval. Kan de stratenmaker de tuin alleen via de achterom of door het huis bereiken, meld dat vooraf, want het verandert de manier van werken. Bestel de stenen in één keer, uit één productie, met reserve voor zaagwerk en latere reparaties.
Afstemming met andere vakmensen
Alles wat onder de bestrating komt, moet klaar zijn voordat de fundering erin gaat: hemelwaterafvoer, aansluitingen, mantelbuizen voor verlichting en beregening. Elektra voor lampen en buitencontactdozen mag alleen een erkend elektricien aansluiten. Een loodgieter of installateur legt de afvoeren en leidingen. Het gevelwerk en de afdichting onderaan de muur moeten af zijn voordat de stenen ertegenaan komen. Houd de bovenkant van de bestrating ruim onder de dorpel en onder de waterkerende laag in de gevel, zodat de spouwmuur droog blijft. Beplanting en gazon kun je het beste na het straatwerk doen, zodat kruiwagens en machines niets vernielen.
Het leggen stap voor stap
Ontgraven en het grondvlak
De ontgravingsdiepte is de som van de steendikte, het straatbed en de funderingslaag. Bij een looppad is dat ongeveer 20 tot 30 cm onder de toekomstige bovenkant. De bodem van de ontgraving wordt al op afschot geprofileerd en verdicht. Op klei, die nat in blubber verandert, komt een laag worteldoek of geotextiel, zodat het funderingsmateriaal niet in de grond wegzakt. Op veen zakt alles in de loop der jaren wat na. Daar wordt vaak opgehoogd met zand en houdt de stratenmaker rekening met nazakken, zodat je later makkelijk kunt bijstraten.
De funderingslaag
In Nederland bestaat de fundering onder een tuinpad vaak uit menggranulaat, brekerszand of goed verdicht ophoogzand. Bij een looppad is die laag meestal 10 tot 20 cm dik. Bij stenen van 6 cm met af en toe een auto kies je een steviger opbouw, met granulaat van ongeveer 20 cm. Verdicht wordt in lagen van zo'n 10 cm, met licht vochtig materiaal. Droog materiaal verdicht slecht en kletsnat materiaal gaat golven. In de fundering wordt bepaald of de bestrating het houdt. Het straatbed en de stenen maken een slecht verdichte ondergrond niet goed.
Opsluitbanden
Banden worden vóór het leggen gezet, in beton met een steunrug aan de buitenkant. Ze houden de bestrating bij elkaar. Zonder opsluiting lopen de buitenste stenen na verloop van tijd uit elkaar. Laat het beton een paar dagen uitharden voordat de stenen worden afgetrild. De precieze tijd hangt af van het weer.
Het straatbed
Op de fundering komt een straatbed van straatzand of fijn split, bijvoorbeeld 2/4, na verdichten ongeveer 3 tot 4 cm dik. Het wordt met een rei afgereid over geleiders die op afschot liggen. Op het afgereide bed wordt niet meer gelopen. Een dikker bed is geen vervanging voor een goede fundering, het zakt later ongelijk in.
Leggen en zagen
De stratenmaker werkt vanaf de al gelegde stenen naar voren, zodat hij niet in het bed stapt. De stenen worden afwisselend van meerdere pallets gepakt, anders krijg je kleurvlekken. De voeg is meestal 3 tot 5 mm. Veel stenen hebben nokken die de voeg op maat houden. De lijnen worden met een draad gecontroleerd. Zaagwerk langs banden, putten en gevel gebeurt met een natte steenzaag of slijptol. Bij dunne stenen moet je smalle stukjes vermijden. Een stuk kleiner dan ongeveer een derde steen komt snel los en breekt. Beter is de zaagsnede te verdelen over twee naast elkaar liggende stenen.
Invegen en aftrillen
In de voegen wordt droog voegzand of fijn split geveegd, volgens het advies van de fabrikant. Daarna wordt de bestrating afgetrild met een trilplaat met rubberen of kunststof mat, van de randen naar het midden, in overlappende banen. Bij stenen van 4 cm gebruik je een lichtere plaat. Na het trillen worden de voegen opnieuw gevuld en wordt nog een keer getrild. Het zand zakt nog enkele weken na, dus later bijvegen hoort erbij.
Materialen en varianten
Vorm en legverband
Voor looppaden zie je vierkante stenen, rechthoekige klinkers, H-stenen en grotere formaten. Een keperverband of een halfsteensverband verdeelt de belasting beter dan stenen in rechte rijen achter elkaar. Bij dunne stenen geldt dat nog sterker. Grote tegels van 4 cm dik ogen strak, maar zijn gevoeliger voor een oneffen ondergrond en breken sneller als er een wiel overheen gaat. Die horen alleen op looppaden en terrassen.
Oppervlak
Een steen zonder toplaag is eenvoudig en sterk. Een steen met deklaag heeft een fijner oppervlak en een stabielere kleur. Gestraalde, geslepen of gekloven oppervlakken lijken op natuursteen. Op een terras en rond een zwembad let je op stroefheid als het nat is en op hoe makkelijk het oppervlak schoon te houden is. Gladde donkere stenen worden in de zomer flink warm, wat je merkt als je op blote voeten loopt.
Straatbed en voegen
Fijn split in het bed laat water goed door en spoelt minder weg dan zand. Daarom wordt het steeds vaker gebruikt, al is straatzand in Nederland nog altijd gangbaar. Polymeer voegzand maakt het onkruid en het uitspoelen van voegen lastiger. Volgens de fabrikant vraagt het meestal een waterdoorlatende ondergrond, een bepaalde voegbreedte en droog weer bij het aanbrengen. Kan het water onder de stenen niet weg, dan kan de voegvulling loslaten.
Opsluiting
Betonnen tuinbanden zijn gangbaar en stevig. Voor gebogen tuinpaden worden soms stalen of kunststof kantopsluitingen gebruikt die je kunt buigen. Die moeten de rand goed steunen, anders schuiven de buitenste stenen het gras in.
Wat het werk makkelijker of lastiger maakt en hoe lang het duurt
Hoeveel werk een vierkante meter is, kan tussen twee tuinen flink verschillen. Het werk gaat makkelijker bij:
- Een rechthoekige vorm zonder obstakels
- Goede bereikbaarheid voor een minishovel en levering van zand en granulaat tot aan de plek
- Stevige, waterdoorlatende grond, zoals zandgrond
- Een eenvoudig verband in één kleur
Het werk wordt lastiger door:
- Bochten, uitsparingen, putten, kolken en paaltjes, die veel zaagwerk vragen
- Een smal pad, waar weinig hele stenen passen en veel gezaagd moet worden
- Grond en materiaal met de kruiwagen door het huis of een smalle achterom
- Het opbreken van oude tegels of beton en het afvoeren van puin
- Hoogteverschillen, treden en aansluitingen op dorpel en gevel
- Klei of veen, waar worteldoek, ophogen en een zwaardere fundering nodig zijn
- Kleurcombinaties en patronen
Een kleiner tuinpad is meestal in een tot twee dagen klaar. Een terras van ongeveer 30 m² kost doorgaans twee tot vier dagen, waarvan het ontgraven en de fundering een groot deel innemen. Stenen hoeven niet te drogen, na het aftrillen kun je er meteen op lopen. Alleen het beton onder de banden heeft tijd nodig. Regen legt het werk stil bij het afreien en het invegen, omdat nat zand niet in de voegen loopt.
Typische fouten en hoe je ze later terugziet
- Te dunne of slecht verdichte fundering: na de eerste winter ontstaan kuilen en golven waarin water blijft staan.
- Te dik straatbed: de stenen zakken ongelijk, vooral op de looproute.
- Afschot naar het huis of geen afschot: water loopt naar de gevel, de muur wordt vochtig en in de winter ligt er ijs bij de deur.
- Ontbrekende of slecht gezette banden: de randen lopen uit elkaar, voegen gaan open en stenen kantelen.
- Stenen zonder voeg tegen elkaar gelegd: bij het trillen en bij temperatuurwisselingen breken de randen af.
- Trillen zonder mat of met een te zware plaat: er blijven vlekken en schuurplekken achter en dunne stenen barsten.
- Parkeren op stenen van 4 cm: de stenen breken en kantelen, herstel betekent opbreken en een nieuwe fundering.
- Pallet na pallet leggen: de bestrating krijgt zichtbare kleurbanen.
- Half gevulde voegen: de stenen klemmen niet tegen elkaar, bewegen onder je voet en er groeit sneller onkruid.
Een witte waas op nieuwe stenen is meestal kalkuitbloei. Dat is een natuurlijk verschijnsel van beton dat vaak binnen enkele maanden vanzelf verdwijnt en geen reden voor een klacht is.
Doe-het-zelfgids: tuinpad van betonstraatstenen
Een looppad van stenen van 4 tot 6 cm kan een handige leek zelf aanleggen. Een trilplaat met rubberen mat kun je huren bij een verhuurbedrijf. Een terras dat aansluit op de dorpel, of bestrating tegen de gevel, laat je beter aan een stratenmaker over. Een fout in hoogte of afschot is daar lastig te herstellen.
- Een KLIC-melding doen en de ligging van kabels en leidingen in de tuin markeren.
- Het pad uitzetten met piketten en draad, de hoogte van de bovenkant en het afschot van het huis af bepalen.
- De grond tot de benodigde diepte ontgraven en de bodem op afschot verdichten.
- Op klei worteldoek of geotextiel met overlap neerleggen.
- Het funderingsmateriaal in lagen van ongeveer 10 cm aanbrengen en elke laag verdichten.
- De opsluitbanden langs de draad in beton zetten en het beton laten uitharden.
- Geleiders op afschot leggen, straatzand of split erop storten en met een rei afreien.
- De geleiders eruit halen en de sleuven voorzichtig vullen en glad strijken.
- De stenen vanaf het gelegde deel naar voren leggen, afwisselend van meerdere pallets, met de voeg volgens de fabrikant.
- De lijnen steeds met de draad controleren en zo nodig met een rubberen hamer bijtikken.
- Randstukken met een natte steenzaag zagen, met oog-, gehoor- en stofbescherming.
- Droog voegzand of fijn split in de voegen vegen.
- Het pad aftrillen met een trilplaat met rubberen mat, van de randen naar het midden.
- De voegen opnieuw vullen, het overtollige zand wegvegen en na enkele weken bijvegen.
De oplevering van de bestrating
Loop bij de oplevering rustig over de hele bestrating. Een rei van twee meter laat oneffenheden zien. Een gieter water laat zien waar het water echt heen loopt. Let bij het lopen op stenen die bewegen of kantelen. Controleer vooral:
- Het afschot loopt van het huis af en nergens blijft water staan
- Onder de rei zijn geen duidelijke kuilen of bulten
- De hoogte bij dorpel, trede en gevel klopt met de afspraak
- De banden staan vast, in lijn en met een betonnen steunrug
- De voegen zijn gelijkmatig en goed gevuld
- Geen enkele steen beweegt onder je voet
- Er zijn geen barsten, afgebroken randen of schuurplekken van het trillen
- De kleurschakeringen zijn gelijkmatig verdeeld, zonder banen
- Het zaagwerk bij putten en banden is netjes en zonder kleine stukjes
- Putdeksels en kolken liggen gelijk met de bestrating
- Er zijn reservestenen uit dezelfde productie achtergebleven voor reparaties
- De omgeving is opgeruimd en het afval is afgevoerd
Veelgestelde vragen
Voor een terras waar alleen gelopen wordt, volstaat 4 cm. Kies 6 cm als er af en toe een zitmaaier of een auto met materiaal overheen gaat, of als je wat reserve wilt. Bij dezelfde vorm zie je geen verschil.
Fabrikanten staan af en toe een personenauto op stenen van 6 cm vaak toe, als de fundering daarop is gemaakt. Voor vast parkeren en sturen op de plek kies je stenen van 8 cm. Die hebben een eigen post in de prijslijst.
Meestal wordt dat afgeraden. Het water onder de stenen kan niet weg, het straatbed spoelt uit en in de winter kan vorst de stenen omhoog drukken. Blijft het beton liggen, dan moet de afwatering geregeld worden, bijvoorbeeld door gaten te boren of het beton op afschot te leggen. Vaak is het eenvoudiger het beton te verwijderen.
Direct na het aftrillen en invegen. Stenen op een zand- of splitbed hoeven niet te drogen. In de eerste weken zakt het zand in de voegen nog na, dus later bijvegen hoort erbij.
Goed gevulde voegen, een goed verdichte bestrating en regelmatig vegen helpen. Polymeer voegzand remt onkruid flink, maar vraagt een waterdoorlatende ondergrond en de werkwijze van de fabrikant. Geen enkele bestrating is helemaal onderhoudsvrij.
Veel tuinen liggen op klei of veen, en die grond klinkt in de loop van de jaren in. Een goede fundering, ophogen met zand en een stevige opsluiting beperken dat. Op veen is het verstandig reservestenen te bewaren en te rekenen op af en toe bijstraten.
Gerelateerde werkzaamheden
Zo worden dikke betonklinkers voor opritten en parkeerplaatsen op maat gezaagd: gereedschap, werkwijze, fouten en het verschil met dunnere stenen.
Wanneer heb je een fundering tot 50 cm nodig, hoe wordt die laag voor laag aangebracht en verdicht, en hoe controleer je het werk voor het bestraten?
Bereken het hele project, niet alleen één werkzaamheid
In de prijslijst bouwwerkzaamheden kiest u posten uit alle vakgebieden en NUMIQ maakt er een offerte van die klaar is voor de klant.