Prijslijst 2026 · België

Betonstraatstenen van 8 tot 10 cm dik zagen

Betonstraatstenen van 8 tot 10 cm dik leg je waar auto's rijden: de oprit naast een halfopen woning, de parkeerstrook voor een rijwoning, een bedrijfskoer of een zone waar af en toe een bestelwagen of vuilniswagen komt. Op zo'n verharding red je het nooit met alleen hele stenen.

Bijgewerkt 09/2026·12 min read·8 price list items
Prijs standaardwerk
€ 10,10/ str.m
Indicatieve bandbreedte
€ 8,08 - € 13,13
Prijs alleen voor deze specifieke werkzaamheid - zonder materiaal en zonder voorbereidend werk. Dit is niet de prijs van de complete klus.
Bereken mijn renovatie
Actuele prijzen

Bereken het werk met de prijslijst

Vul de hoeveelheden in en de prijs wordt direct herberekend. Prijsniveau: België. In uw prijslijst kunt u de tarieven zelf aanpassen.

Bestrating en klinkerwerk8 posten

Alle getoonde prijzen zijn exclusief btw. De arbeidsprijs is alleen arbeid. De prijs incl. materiaal omvat ook hulpmaterialen (lijm, voorstrijk, kitten, bevestigingsmiddelen). Wand- en vloertegels, vloeren, verf en sanitair kiest en koopt de klant zelf, die zitten niet in de prijs.

PostEenheidPrijs / eenheidHoeveelheidTotaal
Bestrating
Bestrating snijden, 8-10 cm dikstr.m€ 10,10-
Bestrating leggen, 4-6 cm dikm²€ 20,25-
Bestrating leggen, 8-10 cm dikm²-
Decoratieve bestrating leggenm²-
Toeslag voor kleine stenen tot 10×10 cmm²€ 10,10-
Bestrating snijden, 4-6 cm dikstr.m€ 6,45-
Voegen vullen met kwartszandm²€ 3,50-
Afstrooien en voegzand invegenm²€ 1,85-
Totaal arbeid
- vul hoeveelheid in
Offerte maken vanuit prijslijst →

Wanneer je stenen van 8 tot 10 cm zaagt en waarom dat ander werk is

De dikte van de steen hangt af van de belasting. Een steen van 8 cm gebruikt men meestal voor opritten en parkeerplaatsen van personenwagens, 10 cm waar zwaarder verkeer komt of waar wielen vaak ter plaatse draaien, bijvoorbeeld bij het manoeuvreren voor een garage. Wie zaagwerk in deze dikte nodig heeft, heeft dus bijna altijd een berijdbare verharding. Dat verandert de manier waarop je naar een zaagsnede kijkt: het gaat niet alleen om een nette rand, maar om de vraag of het gezaagde stuk de druk van een autowiel aankan.

Een dikke steen heeft een groter zaagvlak. Bij 10 cm gaat het blad door bijna dubbel zoveel beton als bij een steen van 5 cm. De snede duurt langer, het blad wordt warmer en slijt sneller, en er komt meer slib en stof vrij. Een gewone haakse slijper met een blad van 230 mm zaagt ongeveer 6 tot 7 cm diep, dus een steen van 8 cm gaat daar niet in één keer door. Daarom vraagt deze dikte andere machines of een andere werkwijze.

Hoe dit werk gemeten wordt

In de prijslijst staat zaagwerk per lopende meter. Meestal meet men de lengte van de lijn waarlangs gezaagd wordt, bijvoorbeeld de lengte van de boordsteen waartegen de stenen op maat liggen. Bij schuine sneden, bochten en uitsparingen rond kolken of paaltjes zitten er meer sneden in één meter en zijn ze bewerkelijker. Spreek vooraf met de aannemer af hoe zulke plaatsen gemeten worden, zodat er bij de afrekening geen discussie ontstaat.

Hoe het zagen op de werf verloopt

Zagen is geen apart werk dat pas op het einde gebeurt. De klinkerlegger zaagt tijdens het leggen of meteen erna, nog voor de voegen ingeveegd worden en de trilplaat over de verharding gaat.

De zaaglijn aftekenen

Eerst worden hele stenen tot aan de rand gelegd, dus tot aan de boordsteen, de gevel of de kolk, zodat ze over de rand uitsteken. Op elke steen wordt dan de zaaglijn afgetekend met potlood of krijt of langs een gespannen koord. Daarbij trek je de voeg af die tussen het gezaagde stuk en de boordsteen blijft, meestal ongeveer 3 tot 5 mm. De steen mag niet tegen de boordsteen geklemd zitten, anders duwt de trilplaat hem omhoog of springt er een hoek af.

Zagen op de tafel of op de verharding

Er zijn twee gangbare werkwijzen, en op grotere werven worden ze vaak gecombineerd.

  • zagen op een tafelzaag: elke steen wordt opgenomen, op de zaagtafel met waterkoeling gezaagd en teruggelegd. De snede is nauwkeurig en haaks en de verharding blijft proper, maar het gaat trager omdat elk stuk twee keer verplaatst wordt,
  • zagen op de verharding: hele stenen liggen over de rand, er wordt een koord gespannen en de hele rij wordt in één beweging doorgezaagd met een motorslijper (doorslijpmachine). De lijn wordt mooi recht en het gaat snel, maar het slib loopt over de gelegde stenen en moet meteen weggespoeld worden. Bovendien moet je opletten dat het blad niet in de boordsteen snijdt.

Bij stenen van 8 tot 10 cm gebeurt zagen op de verharding meestal in twee stappen: eerst wordt van boven ingezaagd tot de diepte die de machine veilig haalt, daarna wordt het stuk opgenomen en afgewerkt. Een alternatief is een machine met een groter blad die in één keer door de volle dikte gaat.

Waterdoorlatende stenen

In Vlaanderen kiest men voor opritten vaak waterdoorlatende betonstraatstenen, met verbrede voegen of afstandsnokken. Bij het aftekenen hou je dan rekening met de bredere voeg en mag de zaagsnede de nokken van de naburige steen niet wegnemen, anders schuift het stuk later tegen zijn buur. Ook de voeg langs de boordsteen hoort bij deze stenen iets breder te blijven, zodat het voegmateriaal er goed in kan.

Gezaagde stukken plaatsen en reinigen

De gezaagde stukken gaan terug op hun plaats, worden met een rubberen hamer op gelijke hoogte met de omliggende stenen geklopt en de voegbreedte wordt gecontroleerd. Slib en stof spoel je met water van het oppervlak zolang het nog nat is. Pas daarna worden de voegen ingeveegd en wordt de verharding verdicht met een trilplaat met rubberen mat.

Hoe lang het duurt

De tijd hangt vooral af van het aantal sneden per lopende meter. Een rechte lijn langs een boordsteen bij stenen die haaks op de rand liggen, gaat vrij vlot. Een visgraatverband onder 45 graden, bochten en veel uitsparingen rond obstakels kunnen het werk op dezelfde lengte meerdere keren langer maken. Bij dikke stenen komt daar nog bij dat het blad tussendoor moet afkoelen of vervangen worden en dat de verharding vaker schoongespoeld moet worden.

Machines en zaagbladen voor dikke stenen

Tafelzaag met waterkoeling

Voor nauwkeurige sneden die in het zicht blijven, gebruikt men een steenzaag met diamantblad, meestal 350 mm of groter. De steen ligt op een verschuifbare tafel, water koelt het blad en de snede wordt glad en haaks. Voor een steen van 10 cm heb je een zaag nodig met voldoende zaagdiepte. Kleinere werfzagen halen dat niet altijd, en dan moet de steen gedraaid worden.

Motorslijper of elektrische doorslijpmachine

Een handgeleide doorslijpmachine met een blad van 300 tot 400 mm is het gangbare gereedschap om op de verharding te zagen. Met een blad van 350 mm gaat ze meestal ook door 10 cm, als je traag en met water zaagt. De machine is zwaar en luid en vraagt ervaring. Wordt ze verkeerd geleid, dan kan het blad vastlopen en slaat de machine terug.

Haakse slijper

Een grote haakse slijper is handig voor kleine aanpassingen, het bijwerken van bochten en uitsparingen rond putdeksels. De volle dikte van 8 tot 10 cm haalt ze niet in één keer. Je zaagt dan van twee kanten, en beide sneden moeten precies op elkaar aansluiten, anders ontstaat er een trapje in het zaagvlak.

Knipper (steenknipper)

Bij dunne stenen is een knipper een snelle oplossing. Bij 8 tot 10 cm heb je een zware hydraulische of hefboomknipper nodig, en ook dan breekt de steen vaak onregelmatig, met een rafelige onderkant. Langs boordstenen van een berijdbare verharding gebruikt men hem daarom niet, hooguit om stukken grof in te korten die daarna nagezaagd worden.

Zaagbladen

Voor betonstraatstenen gebruikt men een gesegmenteerd diamantblad voor beton. Bij stenen met een harde toplaag, bijvoorbeeld uitgewassen stenen of een toplaag met granietsplit, slijt het blad sneller en kies je beter een blad voor hard materiaal. Een bot blad zaagt traag, wordt te heet, verbrandt de rand van de steen en verhoogt het risico dat een segment loskomt.

Het verschil met het zagen van stenen van 4 tot 6 cm

In de prijslijst vind je ook een aparte post voor het zagen van betonstraatstenen van 4 tot 6 cm. Op het eerste gezicht is dat hetzelfde werk, maar in de praktijk verschillen beide varianten flink.

  • toepassing: stenen van 4 tot 6 cm horen op tuinpaden, terrassen en zones waar alleen gelopen wordt, stenen van 8 tot 10 cm op zones waar auto's komen. Heb je een oprit naar de garage of een carport, dan gaat het meestal om deze post,
  • gereedschap: een dunne steen gaat met een grote haakse slijper in één keer door en kan ook geknipt worden, een dikke steen vraagt een zaag met een groter blad of zagen van twee kanten,
  • tijd per meter: een snede door 10 cm duurt merkbaar langer, het blad slijt meer en er komt meer slib vrij,
  • eisen aan het gezaagde stuk: op een tuinpad blijft een klein stukje liggen, onder een autowiel komt een smalle wig los, breekt of kantelt. Bij dikke stenen wordt de minimale grootte van een paspuk daarom strenger bewaakt,
  • veiligheid: grotere machines betekenen meer risico op terugslag, meer lawaai en meer stof, dus een meer ervaren vakman,
  • gewicht: een steen van 10 cm is zwaar, en het telkens opnemen en terugleggen voor de tafelzaag is lichamelijk zwaarder.

Komen beide diktes op één werf samen, bijvoorbeeld een pad naar de voordeur en een oprit naar de poort, dan wordt het zagen meestal per zone volgens de dikte gerekend. De overgang hoort met een boordsteen gescheiden te zijn, zodat de dunne stenen geen autoverkeer moeten dragen.

Wat het werk makkelijker of moeilijker maakt

De lengte van de sneden is niet het enige dat telt. Twee verhardingen met evenveel lopende meters kunnen totaal ander werk vragen.

Het werk gaat vlotter bij

  • rechte boordstenen en rechthoekige vormen,
  • een legpatroon haaks of evenwijdig aan de rand, zodat maar één rij gezaagd wordt,
  • afmetingen van de verharding die afgestemd zijn op de steenmaat, zodat aan de randen zo groot mogelijke stukken overblijven,
  • vrije toegang voor de zaag en water en elektriciteit op de werf,
  • gewone betonstraatstenen zonder harde toplaag.

Het werk wordt zwaarder bij

  • een visgraatverband of leggen onder een hoek, waarbij elke randsteen een schuine snede krijgt,
  • bochten, gebogen boordstenen en afgeronde hoeken,
  • veel obstakels: straatkolken, inspectieputten, deksels, poortpalen, lijngoten, trappen,
  • uitgewassen stenen, granietsplit of een ruwe structuur, die het blad snel verslijten en moeilijk slibvrij te krijgen zijn,
  • zagen vlak bij een afgewerkte gevel, haag, poort of raamkader dat tegen slib en stof beschermd moet worden,
  • zagen in een dichtbebouwde straat met rijwoningen, waar je rekening houdt met de buren en met rustige uren.

Afstemming met de andere werken

Zagen zit tussen het voorbereiden van de fundering en het eindverdichten. Is er vooraf iets niet klaar, dan moeten paspukken opnieuw gezaagd worden of blijven ze onnauwkeurig.

  • boordstenen moeten in beton gezet en uitgehard zijn, anders verschuiven ze bij het trillen en wordt de voeg langs de gezaagde stukken breder,
  • straatkolken, putten en deksels moeten op hun definitieve hoogte staan. Een uitsparing rond een deksel dat na het zagen nog verhoogd wordt, past niet meer,
  • een lijngoot voor de garage hoort vóór het leggen geplaatst te zijn, zodat er tot tegen de rand gezaagd kan worden,
  • komen er kabels naar de poort, verlichting of een laadpaal, leg dan vooraf wachtbuizen in de fundering. De verharding later openzagen voor een kabel betekent extra sneden en vervangen stenen. Het aansluiten zelf gebeurt door een elektricien, volgens het AREI en met keuring door een erkend keuringsorganisme,
  • na het zagen volgen het invegen van de voegen en het verdichten. De trilplaat gaat pas over de verharding als alle gezaagde stukken liggen, anders zetten de randstukken anders dan de rest.

Typische fouten en hoe ze later zichtbaar worden

Smalle wiggen aan de rand

Dit is de meest voorkomende fout bij berijdbare verhardingen. Een gezaagd stukje van een paar centimeter heeft geen steun van de buurstenen, kantelt onder een wiel, barst of verliest een hoek. Een vuistregel uit de praktijk is geen stukken te laten die kleiner zijn dan ongeveer een derde tot de helft van een hele steen. Zou er een klein stuk uitkomen, dan wordt de voorlaatste rij verschoven of worden twee grotere stukken gezaagd in plaats van één klein.

Een grote opening opvullen met mortel

Is een stuk te kort gezaagd, dan wordt de opening langs de boordsteen soms met beton of mortel gevuld. Die vulling barst, de vorst brokkelt ze af en na een paar winters zit er een gat aan de rand.

Een schuine of rafelige snede

Bij zagen van twee kanten waarbij de sneden niet aansluiten, of bij het afbreken van de rest na een onvolledige snede, ontstaat er een uitsteeksel aan de onderkant. De steen ligt dan niet volledig op de straatlaag, wiebelt en kraakt of klikt als je erover rijdt.

Slib op het oppervlak

Cementslib dat opdroogt op de stenen laat grijze vlekken en een waas achter. Op gekleurde en uitgewassen stenen valt dat sterk op en het is achteraf moeilijk te verwijderen, vaak alleen met een cementsluierverwijderaar. De oplossing is eenvoudig: meteen afspoelen zolang het slib nat is.

Geklemde stukken zonder voeg

Een stuk dat strak tegen de boordsteen of de buursteen geklemd zit, kan niet werken. Bij het trillen of bij de eerste vorst springt er een rand af.

Droog zagen

Beton bevat kwarts, en het fijne stof van zagen is schadelijk voor de gezondheid. Droog zagen zonder afzuiging bedekt bovendien de hele omgeving met stof, ook ramen en de auto's van de buren. Water bindt het stof en koelt het blad.

Doe-het-zelfgids: dikke betonstraatstenen zagen

Leg je je oprit zelf, dan kun je ook het zaagwerk doen, maar reken erop dat je bij 8 tot 10 cm met een zware machine werkt. Een grote tafelzaag met waterkoeling huur je bij een verhuurbedrijf voor bouwmachines. De handgeleide doorslijpmachine laat je in de praktijk beter over aan iemand die ermee vertrouwd is. Zaag geen enkele steen zonder beschermingsmiddelen.

  1. Beschermingsmiddelen klaarleggen: veiligheidsbril of gelaatsscherm, gehoorbescherming, FFP3-masker, stevige handschoenen en schoenen met stalen neus.
  2. De zaag op een vlakke, stevige ondergrond naast de gelegde stenen opstellen, het water aansluiten en controleren of het blad voor beton bedoeld en onbeschadigd is.
  3. Hele stenen tot aan de rand leggen, zodat ze over de boordsteen uitsteken.
  4. Op elke steen de zaaglijn aftekenen en een voeg van ongeveer 3 tot 5 mm aftrekken, bij waterdoorlatende stenen de bredere voeg.
  5. Nagaan of het gezaagde stuk niet te smal wordt en zo nodig de voorlaatste rij verschuiven.
  6. De steen nummeren, opnemen en zo op de zaagtafel leggen dat hij volledig op de onderlaag rust.
  7. Traag en gelijkmatig zagen, zonder op het blad te duwen, en de machine het werk laten doen.
  8. Controleren of de snede haaks is en geen uitsteeksel aan de onderkant heeft.
  9. Het stuk afspoelen en terug op zijn plaats leggen.
  10. Met een rubberen hamer op gelijke hoogte met de omliggende stenen kloppen.
  11. Slib en stof van de gelegde stenen spoelen zolang ze nog nat zijn.
  12. Als alle stukken liggen, de voegen invegen en de verharding verdichten met een trilplaat met rubberen mat.

Laat het slibwater niet in de regenwaterafvoer, de straatkolk of de border lopen. Laat het bezinken in een kuip en breng het bezinksel als bouwafval naar het recyclagepark.

Controle en oplevering

Controleer de gezaagde stukken voor én na het verdichten. Zodra de voegen ingeveegd zijn, zie je sommige fouten moeilijker.

  • de zaaglijn langs de boordsteen is recht en volgt ook in bochten netjes de vorm,
  • de voeg tussen gezaagd stuk en boordsteen is gelijkmatig en nergens zit een steen geklemd,
  • aan de randen liggen geen smalle wiggen of stukken die duidelijk kleiner zijn dan afgesproken,
  • openingen aan de rand zijn niet met mortel gevuld in plaats van met steen,
  • de zaagvlakken zijn haaks, zonder rafelige onderkant en zonder afgesprongen randen,
  • uitsparingen rond kolken, putten en deksels sluiten goed aan en het water loopt naar de kolk,
  • gezaagde stukken wiebelen niet na het verdichten en liggen vlak met de omgeving,
  • op het oppervlak zitten geen opgedroogde slibvlekken,
  • de omgeving is proper, zaagresten en slib zijn afgevoerd,
  • de lengte van de sneden in lopende meter is afgesproken, inclusief de manier waarop bochten en uitsparingen gemeten worden.

Veelgestelde vragen

Niet in één keer, want een slijper met een blad van 230 mm zaagt meestal ongeveer 6 tot 7 cm diep. Je kunt van twee kanten zagen, maar dan moeten beide sneden precies aansluiten. Voor veel sneden is een tafelzaag of een doorslijpmachine met een groter blad geschikter.

Gerelateerde werkzaamheden

Bereken het hele project, niet alleen één werkzaamheid

In de prijslijst bouwwerkzaamheden kiest u posten uit alle vakgebieden en NUMIQ maakt er een offerte van die klaar is voor de klant.