Bereken het werk met de prijslijst
Vul de hoeveelheden in en de prijs wordt direct herberekend. Prijsniveau: Nederland. In uw prijslijst kunt u de tarieven zelf aanpassen.
Alle getoonde prijzen zijn exclusief btw. De arbeidsprijs is alleen arbeid. De prijs incl. materiaal omvat ook hulpmaterialen (lijm, voorstrijk, kitten, bevestigingsmiddelen). Wand- en vloertegels, vloeren, verf en sanitair kiest en koopt de klant zelf, die zitten niet in de prijs.
| Post | Eenheid | Prijs / eenheid | Hoeveelheid | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Aanvullen en verdichten | ||||
| Ondergrond verdichten met trilplaat | m² | € 6,45 | - | |
| Aanvullen met grond en verdichten | m³ | - | ||
| Aanvullen met grind / steenslag | m³ | € 18,40 | - | |
| Aanvullen met zand-grind + verdichten | m³ | € 17,50 | - | |
| Verdichten met trilwals | m² | € 5,15 | - | |
Wat verdichten oplost en wanneer je het nodig hebt
Grond en gestort granulaat bevatten lucht tussen de korrels. Leg je daar direct bestrating of beton op, dan schuiven de korrels onder belasting, regen en vorst langzaam in elkaar. Het gevolg: kuilen, plassen, gescheurde platen en wegkantelende banden. Verdichten haalt die zetting naar voren. Door trillen en druk vallen de korrels in elkaar, zodat de laag later niet verder inklinkt.
Je hebt verdichting eigenlijk altijd nodig als er op de grond iets komt dat gewicht moet dragen:
- Een fundering onder klinkers, tegels, paden en terrassen
- Opritten en parkeerplaatsen
- Funderingslagen onder een vloer op zand of een betonplaat
- Aanvullingen van sleuven na het leggen van leidingen en rondom funderingen
- Een ondergrond voor een tuinhuis, carport, garage of zwembad
Er zijn twee onderdelen. Het grondvlak is de bodem van de ontgraving, dus de oorspronkelijke grond waarop je gaat bouwen. De funderingslagen zijn de materialen die je aanvoert, meestal menggranulaat, steenslag of zand. Beide worden verdicht, maar elk op een eigen manier en met een ander resultaat.
Hoe verdichten op de bouwplaats verloopt
Het grondvlak voorbereiden en verdichten
Na het ontgraven gaat eerst alle teelaarde eruit, samen met wortels en zachte plekken. Teelaarde verdicht je niet: er zit organisch materiaal in dat verteert en daardoor blijft zakken. Daarna wordt het grondvlak op afschot gebracht en met plaat of wals afgereden. Op zandgrond, en dat is in grote delen van Nederland de ondergrond, gaat dat goed. Op klei en leem werkt trillen veel minder. Natte klei begint onder de plaat te "pompen": de grond golft en perst water naar boven. Dan stop je met verdichten, vervang je natte plekken door zand of granulaat of laat je het grondvlak eerst opdrogen.
Op veengrond, zoals in het westen en noorden van het land veel voorkomt, kun je de ondergrond zelf nauwelijks verdichten. Veen blijft op de lange termijn zakken. Daar draait het vooral om een goed opgebouwd pakket zand en granulaat erboven, en om de verwachting dat je na een aantal jaren bestrating moet ophogen.
Op samenhangende grond zoals klei komt vaak een scheidingsdoek van geotextiel. Dat voorkomt dat de fijne klei zich in de loop van de tijd in het granulaat drukt en de fundering draagkracht verliest.
In lagen aanbrengen en verdichten
Granulaat wordt nooit in één keer op volle dikte gestort. Je spreidt het uit in een laag die de machine helemaal tot onderin kan verdichten, en pas daarna komt de volgende laag. Bij lichte trilplaten gaat het meestal om lagen van ongeveer 15 tot 20 cm. Zwaardere omkeerbare platen en walsen kunnen dikkere lagen aan, volgens de opgave van de fabrikant. Bij het verdichten zakt de laag in, dus je brengt het materiaal iets hoger aan dan de uiteindelijke hoogte.
Elke laag wordt in overlappende banen afgereden, gewoonlijk vier tot zes keer. Je begint aan de randen en werkt naar het midden, op een helling van onder naar boven. Een ervaren machinist merkt dat een laag dicht is: de plaat begint te springen, het geluid verandert en na een gang blijven er geen sporen achter. Zwaardere machines hebben een verdichtingsmeter die dit direct laat zien.
Randen, hoeken en plekken bij leidingen
Een plaat komt niet helemaal tegen de gevel, in hoeken of strak tegen putten. Die plekken worden nagestampt met een trilstamper. Die heeft een kleine voet en is makkelijk te hanteren. Boven vers gelegde buizen wordt de omhulling eerst met de hand of licht verdicht. Pas als er genoeg dekking op ligt, komt de zwaardere machine. De fundering hoort iets breder te zijn dan de toekomstige bestrating, zodat de opsluitbanden niet op een losse rand staan.
Hoe lang het duurt
Het afrijden zelf gaat snel. De meeste tijd zit in aanvoeren, uitspreiden en bevochtigen van het materiaal. Bij een gewone oprit van enkele tientallen vierkante meters met twee of drie lagen ben je meestal één tot twee dagen bezig. Verdichten kent geen droog- of uithardingstijd, je kunt direct verder op de fundering. Heeft het tussendoor flink geregend of gevroren, dan controleer je het oppervlak eerst en verdicht je het zo nodig opnieuw.
Trilplaat, trilwals of trilstamper
Op deze pagina staan twee posten uit de prijslijst: verdichten met een trilplaat en verdichten met een trilwals. Beide worden per m² gerekend. Ze verschillen in machine, in hoe diep ze werken en in het soort werk waar ze bij passen.
Lichte trilplaat (één richting)
Rijdt in één richting en keer je met de hand. Geschikt voor tuinpaden, kleinere terrassen, het aftrillen van een zandbed en het intrillen van gelegde klinkers via een rubberen of kunststof mat. Voor dikke lagen granulaat onder een oprit is hij te licht.
Omkeerbare trilplaat
Een zwaardere machine die vooruit en achteruit rijdt zonder te keren. Dit is de gangbare keuze voor funderingen onder opritten, parkeerplaatsen en vloeren van een woning. Hij kan dikkere lagen aan en werkt prettig in besloten achtertuinen en langs muren.
Trilwals
Een handgeleide duowals of een wals met zitplaats loont op grotere, open oppervlakken: lange opritten, grotere parkeerterreinen, paden op een bedrijfsterrein. Hij werkt dieper door en haalt meer m² per uur. Hij heeft wel ruimte nodig om te keren en een aanvoerroute voor het transport. Bij kleine oppervlakken verdwijnt zijn voordeel. Bij oudere woningen, zwakke funderingen van buren of vers metselwerk moet je de trillingen goed inschatten: zowel een wals als een zware plaat geeft schokken door aan de omgeving.
Trilstamper
Voor smalle sleuven, hoeken, plekken rond putten en voor kleiachtige grond. Waar een plaat vooral aan de oppervlakte trilt, drukt een stamper het materiaal met slagen dieper aan. In de praktijk wordt vaak gecombineerd: het vlak met plaat of wals, de randen met de stamper.
Vergelijk je offertes, vraag dan welke machine wordt ingezet, hoe dik één laag wordt en of de prijs per m² geldt voor één laag of voor het hele pakket. Dat is de meest voorkomende reden waarom offertes die op elkaar lijken toch niet te vergelijken zijn.
Materiaal en de juiste vochtigheid
Voor funderingslagen gebruik je gebroken materiaal met een goed verdeelde korrel. In Nederland is dat vaak menggranulaat of betongranulaat uit gerecycled puin, of gebroken steenslag in een sortering als 0/31,5. Onder bestrating komt daarop een straatlaag van straatzand of brekerzand, meestal enkele centimeters dik. Gebroken korrels hebben scherpe kanten en haken in elkaar. Rond rivier- of grind en siergrind rollen onder het trillen alleen maar over elkaar en vormen geen vaste laag. Die horen dus niet in een fundering onder een berijdbaar oppervlak.
Ophoogzand is in Nederland een veelgebruikt materiaal om hoogte te maken. Het laat zich goed verdichten, zeker als het vochtig is. Onder een oprit met veel verkeer geeft een laag granulaat bovenop het zand meer stabiliteit dan zand alleen.
Waarom doet vocht ertoe? Droog materiaal verdicht slecht, omdat de korrels veel wrijving hebben en de fijne delen wegstuiven. Doorweekt materiaal perst water naar boven en laat zich niet samendrukken. Ideaal is licht vochtig: knijp je een handvol samen, dan houdt het zijn vorm zonder dat er water uitloopt. In de zomer worden de lagen daarom voor het verdichten natgesproeid. Na een flinke regenbui wacht je tot het water is weggezakt. Bij een hoge grondwaterstand, in polders vaak het geval, moet je soms eerst bemalen of draineren voordat verdichten zin heeft.
Bevroren materiaal en een bevroren grondvlak verdicht je niet. Na het ontdooien zakt de laag alsnog in en is al het werk voor niets geweest.
Voorbereiding en afstemming met andere vakken
Verdichten gaat snel, maar loopt makkelijk vertraging op door zaken die vooraf geregeld hadden moeten zijn. Voordat de ploeg komt, moet duidelijk zijn:
- De ontgraving heeft de juiste diepte en het juiste afschot en de teelaarde is afgevoerd
- Alle leidingen in het vlak liggen, zijn omhuld en ingemeten (riool, water, elektra, drainage, mantelbuizen voor latere verlichting)
- Het materiaal is besteld in de goede sortering en hoeveelheid, met extra voor de inklinking
- De eindhoogte en het afschot zijn afgesproken, liefst uitgezet met piketten of een draad
- Er is toegang voor een vrachtwagen en de machine, en een plek om materiaal op te slaan
- Er is water beschikbaar om te sproeien
Hoort het oppervlak bij een appartementencomplex, bijvoorbeeld een gezamenlijke binnenplaats of parkeerplaats, stem het werk dan vooraf af met de VvE.
Verdichten zit tussen het grondwerk en alles wat erop komt. Daarom hangen er meerdere vakken aan. Eerst moeten het graafwerk en alle aansluitingen klaar zijn. Achteraf graven door een verdichte fundering verstoort het hele vlak, en een aangevulde sleuf gedraagt zich nooit meer helemaal als de grond eromheen. De loodgieter, de installateur, de erkend elektricien en wie de drainage legt, moeten hun buizen en mantelbuizen dus hebben liggen voordat het granulaat wordt gestort. Raakt er bij graven toch een gasleiding beschadigd en ruik je gas, ga dan direct weg van de plek en bel 112 of het Nationaal Storingsnummer Gas en Stroom, 0800 9009.
Na het verdichten volgen het zetten van de opsluitbanden, de straatlaag en de bestrating door de stratenmaker, of de bekisting en het storten van een betonplaat. Opsluitbanden zet je in een betonbed op de verdichte fundering, niet in losgewoelde grond. Onder een betonvloer komt vaak nog een folie of een werkvloer, en die vraagt een vlak, vast oppervlak zonder scherpe uitstekende korrels.
Is er een constructeur bij het project betrokken, dan bepaalt die de laagdiktes en de gewenste draagkracht, eventueel aan de hand van de geldende NEN-normen. Bij bestrating voor personenauto's volgt men vaak de adviezen van de fabrikant van de stenen, die in de technische informatie staan.
Wat het werk makkelijker of lastiger maakt
Een eenvoudige klus is een vlak, open terrein met een zandige ondergrond, goede bereikbaarheid en materiaal dat direct op de plek wordt gestort. Het wordt bewerkelijker als:
- Materiaal met de kruiwagen door een smalle poort, steeg of tuin moet
- Het vlak veel hoeken, bochten, treden en doorvoeren heeft waar met de stamper gewerkt wordt
- De ondergrond uit klei of veen bestaat of nat is, en zachte plekken vervangen, geotextiel gelegd of gedraineerd moet worden
- Er op een helling of in smalle sleuven verdicht wordt
- De fundering dik is en uit meerdere lagen bestaat
- Een meting van de draagkracht gevraagd wordt
- Er vlak naast oudere gebouwen gewerkt wordt en trillingen beperkt moeten blijven
- Het oppervlak klein is, zodat het transport van de machine zwaar weegt ten opzichte van het werk zelf
Typische fouten en hoe ze later zichtbaar worden
- Te dikke laag in één keer. De bovenkant voelt vast, maar onderin blijft het los. Na een jaar of twee zakt de bestrating weg in sporen onder de banden.
- Teelaarde of wortels laten zitten. Het organische materiaal verteert en er ontstaan plaatselijke kuilen.
- Te droog of te nat materiaal verdichten. De laag haalt de gewenste dichtheid niet en zakt ongelijk.
- Rond grind in plaats van gebroken materiaal. De fundering verschuift onder belasting en de bestrating gaat golven.
- Randen niet nagestampt. Opsluitbanden kantelen na verloop van tijd naar buiten en de buitenste rijen stenen zakken.
- Geen scheidingsdoek op klei. Klei dringt het granulaat in, de fundering verliest draagkracht en bij vorst komt het vlak omhoog.
- Zware machine direct boven verse buizen. Een buis kan breken of vervormen. Dat merk je vaak pas als het riool verstopt raakt.
- Verkeerd afschot al in de fundering. Water blijft onder en op de bestrating staan en tast in de winter de hele opbouw aan.
Doe-het-zelfgids: de ondergrond van een tuinpad of terras verdichten
Een kleiner oppervlak, zoals een tuinpad of terras, kun je prima zelf verdichten met een gehuurde trilplaat. Begin er niet zelf aan in diepe sleuven, vlak langs de fundering van een oud huis of boven leidingen waarvan je de ligging niet precies kent. Een plaat met verbrandingsmotor stoot uitlaatgassen uit, dus werk er niet mee in afgesloten ruimtes of diepe ontgravingen. Reken op trillingen en lawaai: gehoorbescherming, stevige schoenen en handschoenen zijn een must.
- Teelaarde en wortels verwijderen en de ontgraving op een afschot van ongeveer 1 à 2 % van het huis af brengen.
- Het grondvlak afrijden met de plaat en zachte of natte plekken vervangen door zand of granulaat.
- Op kleigrond een scheidingsdoek leggen met voldoende overlap.
- Menggranulaat of steenslag aanbrengen in lagen volgens het advies van de fabrikant van de plaat, bij lichte machines meestal niet meer dan 15 tot 20 cm.
- Droog materiaal natsproeien tot het vochtig is, zonder dat er water uitloopt.
- Elke laag vier tot zes keer afrijden in overlappende banen, van de randen naar het midden.
- Hoeken en plekken langs de muur naverdichten met een handstamper.
- Vlakheid en afschot controleren met een rei en waterpas, oneffenheden aanvullen en opnieuw verdichten.
- Na het leggen van de stenen en het invegen van voegzand de bestrating intrillen met de plaat en een rubberen mat.
Het werk controleren en opleveren
De eenvoudigste controle is kijken en erop lopen. Op een goed verdichte fundering laat je schoen geen afdruk achter, het oppervlak veert niet en een auto trekt er geen sporen in. De vlakheid meet je met een rei van twee meter. Afwijkingen moeten binnen de marge blijven die de fabrikant van de bestrating of het ontwerp aangeeft.
Bij opritten, parkeerplaatsen en funderingen onder vloeren wordt de draagkracht soms gemeten. Dat gebeurt met een statische plaatbelastingsproef of met een snellere meting met een lichte valgewichtdeflectometer. De uitkomst is een waarde voor de vervormingsmodulus die je vergelijkt met wat de constructeur vraagt. Een gespecialiseerd onderzoeksbureau voert de meting uit en je krijgt een rapport. Is een meting nodig, plan die dan vooraf, voordat er op de fundering verder gebouwd wordt.
- Teelaarde en organische resten zijn over het hele vlak verwijderd
- Het materiaal heeft de afgesproken sortering en is gebroken, niet rond
- Aantal lagen en laagdikte kloppen met de afspraak of het ontwerp
- Het oppervlak is vlak, zonder voetafdrukken en zonder verende plekken
- Het afschot loopt richting de afwatering en klopt met de uitzetting
- Randen, hoeken en de omgeving van putten zijn naverdicht
- De fundering steekt iets buiten de toekomstige bestrating of vloer uit
- Leidingen in het vlak zijn onbeschadigd en hun ligging is vastgelegd
- Als een meting gevraagd was, ligt het rapport van de draagkrachtmeting er
Veelgestelde vragen
Meestal vier tot zes keer per laag, in overlappende banen. Waar het om gaat: het oppervlak zakt niet verder, de plaat begint te springen en er blijven geen sporen achter. Bij zwaardere machines laat de ingebouwde verdichtingsmeter dat zien.
Voor tuinpaden, terrassen, opritten en de fundering onder een woning volstaat meestal een omkeerbare trilplaat. Een wals loont op grotere, open oppervlakken, waar hij tijd scheelt en dieper doorwerkt. In krappe tuinen en langs muren is een plaat handiger.
Dat kan, maar trillen werkt er slecht op en natte klei gaat onder de machine golven. Een stamper of een schapenpootwals werkt beter, of je vervangt zachte plekken door zand of granulaat en legt een scheidingsdoek. Natte klei verdicht je niet, je wacht tot hij is opgedroogd.
Ja, verdichten heeft geen droog- of uithardingstijd. Heeft het tussendoor flink geregend of gevroren, controleer de fundering dan eerst en verdicht zo nodig opnieuw.
Zware platen en walsen geven trillingen door aan de omgeving. Bij oudere woningen, zwakke funderingen of vers metselwerk kies je lichtere machines en houd je meer afstand. Boven buizen wordt de omhulling eerst met de hand verdicht en komt de zware machine pas als er genoeg dekking ligt.
Met zekerheid alleen door te meten, met een statische of dynamische plaatbelastingsproef. De uitkomst vergelijk je met de waarde die de constructeur of de fabrikant van de bestrating opgeeft. Bij kleinere oppervlakken zonder ontwerp ga je uit van de juiste laagdikte, het goede materiaal en zorgvuldig verdichten laag voor laag.
Gerelateerde werkzaamheden
Zo vul je sleuven en bouwputten laag voor laag aan, kies je tussen grond, granulaat of zand en controleer je of het goed verdicht is.
Wat onder grondwerk valt, waarom bodemonderzoek telt, hoe grond in volume verandert en wat je doet met teelaarde en overtollige grond.
Hoe het machinaal ontgraven van een bouwput verloopt, wat je regelt voordat de graafmachine komt, en hoe je omgaat met taluds, grondwater en grondafvoer.
Hoe het machinaal graven van funderingsstroken en poeren verloopt, wat klaar moet zijn voor de graafmachine en hoe je de sleuf controleert.
Machinaal een sleuf graven voor water, riool, gas en stroom: voorbereiding, diepte, bekisting, typische fouten en controle voor het aanvullen.
Hoe handmatig graven verloopt, wat grondklasse 1 tot 4 betekent, wat je vooraf regelt en hoe je een ontgraving controleert.
Bereken het hele project, niet alleen één werkzaamheid
In de prijslijst bouwwerkzaamheden kiest u posten uit alle vakgebieden en NUMIQ maakt er een offerte van die klaar is voor de klant.