Bereken het werk met de prijslijst
Vul de hoeveelheden in en de prijs wordt direct herberekend. Prijsniveau: België. In uw prijslijst kunt u de tarieven zelf aanpassen.
Alle getoonde prijzen zijn exclusief btw. De arbeidsprijs is alleen arbeid. De prijs incl. materiaal omvat ook hulpmaterialen (lijm, voorstrijk, kitten, bevestigingsmiddelen). Wand- en vloertegels, vloeren, verf en sanitair kiest en koopt de klant zelf, die zitten niet in de prijs.
| Post | Eenheid | Prijs / eenheid | Hoeveelheid | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Schuttingen | ||||
| Betonschutting plaatsen tot 2,1 m | str.m | € 42,30 | - | |
| Betonnen tuinmuurblokken metselen | st | € 7,35 | - | |
| Hekpilaren metselen | str.m | € 40,50 | - | |
| Betonschutting plaatsen tot 1,8 m | str.m | € 36,80 | - | |
| Betonschutting plaatsen tot 2,4 m | str.m | € 44,15 | - | |
| Tuinmuur van bekistingsblokken DT 12/15 | m² | - | ||
| Tuinmuur van bekistingsblokken DT 20/25 | m² | - | ||
| Oude schutting verwijderen | str.m | € 16,20 | - | |
| Schuttingpaal plaatsen tot 2,4 m | st | € 46,00 | - | |
| Schuttingpaal plaatsen tot 2,7 m | st | € 51,50 | - | |
| Schuttingpaal plaatsen tot 3,8 m | st | € 64,40 | - | |
| Schutting schoor plaatsen tot 2,7 m | st | € 3,15 | - | |
| Prikkeldraadarm plaatsen | st | € 2,60 | - | |
| Spandraad spannen | str.m | € 0,90 | - | |
| Prikkeldraad spannen | str.m | € 1,40 | - | |
| Schuttingframe plaatsen | st | - | ||
| Schuttingframe op maat plaatsen | st | - | ||
| Schuttingpanelen plaatsen | st | - | ||
| Gaasschutting plaatsen tot 1,4 m | str.m | € 4,60 | - | |
| Gaasschutting plaatsen tot 1,8 m | str.m | € 4,95 | - | |
| Gaasschutting plaatsen boven 3,0 m | str.m | € 6,80 | - | |
| Hoekwapening aanbrengen | st | € 1,85 | - | |
Waarom net 2,1 m: vergelijking met een lagere en een hogere afsluiting
Een betonafsluiting bestaat uit horizontale platen, meestal zowat 50 cm hoog, die je in de sleuven van de palen schuift. De hoogte groeit dus in stappen: het hangt af van het aantal platen en van een eventuele onderplaat. Een afsluiting tot 2,1 m heeft in de regel één rij platen meer dan de lagere variant. Die ene rij maakt meer verschil dan je zou denken.
- Tot 1,8 m: de afsluiting scheidt de percelen en neemt het grootste deel van het zicht weg, maar een grote persoon kijkt er nog net over. De palen zijn korter en lichter. De bovenste platen gaan er ongeveer op schouderhoogte in, dus het werk gaat sneller en meestal zonder schragen.
- Tot 2,1 m (deze variant): een redelijk evenwicht tussen privacy en moeilijkheidsgraad. De palen zijn langer, volgens de fabrikant meestal ongeveer 2,8 tot 3 m, en ze moeten dieper in de grond. De bovenste plaat gaat er boven het hoofd in. Daarom werkt de ploeg vanaf schragen of een stabiel platform en meestal met drie man. Aan de winderige kant vangt de afsluiting duidelijk meer wind dan een van 1,8 m.
- Tot 2,4 m: die kies je langs een drukke weg, naast een buur met een hoger gelegen tuin of bij een inkijk die je anders moeilijk wegwerkt. De palen zijn nog langer en zwaarder en worden vaak met een machine geplaatst. De funderingen zijn forser, en de fabrikant kan voor die hoogte een gewapend paaltype voorschrijven. Bij zo'n hoogte loont het meer om een ingenieur stabiliteit te raadplegen.
Twijfel je tussen 1,8 en 2,1 m? Ga op het terras of aan het raam zitten waar je het vaakst zit. Laat iemand op de perceelgrens een lat rechtop houden, eerst tot 1,8 m en daarna tot 2,1 m. Je ziet dan meteen of de lagere versie volstaat. Ook hoogteverschillen spelen mee. Ligt de tuin van de buren of het voetpad hoger dan de jouwe, dan lijkt een afsluiting van 2,1 m vanaf jouw kant lager.
Wat je klaarzet voordat de ploeg komt
Perceelgrens en afspraken met de buren
Een afsluiting van meer dan twee meter hoog verplaats je niet zomaar. Ben je niet zeker van de grens, laat ze dan door een landmeter-expert uitzetten en de punten met paaltjes markeren. Het gebeurt vaak dat een oude afsluiting of haag niet precies op de grens staat. De discussie duikt dan pas op als de palen al in het beton zitten. Spreek vooraf met je buren af welke kant de sierzijde krijgt, wie het onderhoud doet en of een hogere afsluiting geen schaduw werpt op hun tuin. Zet die afspraken liefst op papier.
Kabels en leidingen
De putten voor de palen gaan ongeveer een meter diep. Je kunt dus makkelijk een kabel, een wateraansluiting of een gasleiding raken. Vraag vóór de werken de ligging van de leidingen op, in Vlaanderen bijvoorbeeld via KLIP, en laat ze waar nodig aanduiden. Raak je bij het graven een gasleiding of ruik je gas? Verlaat dan meteen de zone, gebruik geen open vuur of elektrische toestellen en bel 112 of de storingsdienst van je netbeheerder (Fluvius, Sibelga of ORES/RESA). Raak een beschadigde elektriciteitskabel niet aan en verwittig de netbeheerder. Alleen een erkend elektricien mag een herstelling doen.
Toegang, terrein en opslag van de platen
Platen en palen komen op paletten, en één stuk weegt al snel enkele tientallen kilo. Zorg voor een plek waar de vrachtwagen met kraan de paletten zo dicht mogelijk bij het tracé kan neerzetten, liefst op een vlakke en verharde ondergrond. Haal struiken, stenen, de oude afsluiting en restanten van funderingen weg langs het tracé. Of spreek vooraf af wie dat afbreekt en afvoert. De ploeg heeft aan beide kanten van de afsluiting een vrije strook van ongeveer een meter breed nodig. Anders is er geen plaats om te staan bij het inschuiven van de bovenste platen. In een rijwoning met enkel toegang via de woning of een smalle zijgang plan je dit best vooraf: dan moet alles met de hand naar achteren.
Hoe de plaatsing stap voor stap verloopt
Uitzetten en de paalafstand bepalen
De plaatser spant een koord tussen de uiterste punten en zet de assen van de palen uit volgens de lengte van de platen. Die as is niet exact twee meter. Bij de plaatlengte komt de speling in de sleuven die de fabrikant opgeeft. Daarom meet een goede plaatser de afstanden niet op het oog met de meter, maar met een proefplaat. Tegelijk ligt vast waar de hoek- en eindpalen komen en waar een opening blijft voor een poort of tuindeur.
Putten en funderingen
De putten worden geboord met een hand- of motorgrondboor, bij een lange afsluiting en zware grond met een minigraver. In België ligt de vorstvrije diepte doorgaans rond 80 cm. Bij een hoogte van 2,1 m maakt men de funderingen meestal ongeveer 80 tot 100 cm diep en zowat 30 tot 40 cm breed, afhankelijk van de grond en het advies van de fabrikant. In leem- en kleigronden, die in grote delen van Vlaanderen voorkomen, is een laag grind of steenslag onderin nuttig om water af te voeren. Op een helling of in losse grond, zoals in de zandstreek, giet men in plaats van losse funderingen soms een doorlopende betonstrook waarop de afsluiting over de hele lengte steunt.
De palen zetten
De eerste paal gaat in de put, wordt in beide richtingen met de waterpas gericht en ingebetonneerd. Men gebruikt de betonsterkte die de fabrikant voorschrijft, vaak iets rond C16/20 tot C20/25. De tweede paal wordt gezet met de onderste plaat ertussen geschoven. Zo ligt de afstand precies vast. Bij een afsluiting van 2,1 m stut men de palen meestal met latten of schoren tot het beton opgesteven is, want een lange paal kantelt makkelijk in vers beton. De hoogte van de paalkoppen controleert men met een koord over de hele lengte.
De platen inschuiven
De platen gaan van boven in de sleuven, van onder naar boven. De onderste platen schuiven twee mensen er vanaf de grond in. De laatste rij moet bij 2,1 m al boven het hoofd. De ploeg werkt daarom vanaf schragen, gebruikt draagbanden of een plaatklem, en aan elke kant van de paal staat iemand. Tussen de platen komen soms rubberen of kunststof tussenstukjes die rammelen en afgebrokkelde randen voorkomen. Tot slot gaan er afdekkapjes op de palen. Die beschermen de sleuven tegen regen en vorst.
Hoe lang het duurt en wanneer je de afsluiting mag belasten
Hoeveel meter er per dag bij komt, hangt af van het terrein, de toegang en het aantal mensen. Op een vlak perceel met goede toegang gaat het veel sneller dan op een helling met stenige grond, waar de putten met de hand gegraven worden. De palen staan best een aantal dagen in het beton voordat de bovenste platen erin gaan. De exacte tijd hangt af van het beton en het weer. In de zomer verhardt beton sneller, bij temperaturen rond het vriespunt giet je niet. Beton haalt zijn volle sterkte meestal na ongeveer 28 dagen. Hang er tot dan geen zware bloembakken aan en zet er geen ladder tegen.
Materialen en soorten platen
Bij 2,1 m is het oppervlak van de afsluiting groot. Het uitzicht van de platen valt daardoor meer op dan bij een lage afsluiting. Tegelijk vragen zwaardere sierplaten meer van het hanteren en van de palen.
- Enkelzijdige platen hebben alleen aan één kant een motief, de andere kant is glad of ruw. Ze passen waar niemand naar de achterkant kijkt, bijvoorbeeld aan de kant van een akker of weiland.
- Dubbelzijdige platen hebben aan beide kanten een motief. Die kies je naast de buren of aan de straatkant. Ze zijn wel meestal zwaarder.
- Motieven imiteren gekloven natuursteen, baksteen of hout, of ze zijn glad. Gladde platen zijn makkelijker te schilderen, een reliëf verbergt kleine oneffenheden en vuil beter.
- Onderplaat is de onderste plaat die iets onder het maaiveld zit. Ze houdt honden en dieren tegen die eronderdoor willen graven. Op een helling vult ze de openingen onder de trapsgewijs geplaatste vakken.
- Palen bestaan als tussen-, hoek- en eindpaal, volgens het aantal en de plaats van de sleuven. Vraag bij 2,1 m aan de fabrikant of er voor die hoogte een versterkt type bestaat.
- Kleur kan natuurlijk grijs zijn, in de massa gekleurd of achteraf geschilderd. Schilderen met een gevelverf voor beton gebeurt pas als de afsluiting droog is. Fabrikanten raden meestal aan enkele weken te wachten.
Betonpalen zijn niet bedoeld om een poort aan te hangen. Wil je een poort of tuindeur in de afsluiting, voorzie dan aparte stalen of gemetselde kolommen met een eigen fundering. Stem dat af met de schrijnwerker of smid die de poort levert, zodat de opening de juiste maat krijgt.
Wat het werk makkelijker of moeilijker maakt
Hoe zwaar het werk is, en dus ook de prijs per lopende meter, kan sterk verschillen. Het werk gaat vlotter bij:
- Een vlak perceel en samenhangende grond zonder stenen
- Toegang voor een vrachtwagen met kraan tot bij het tracé
- Een lang recht stuk zonder hoeken of knikken
- Een vrije strook langs de afsluiting en een uitgezette grens met gekende leidingen
Het werk wordt moeilijker bij:
- Een helling, waar de vakken trapsgewijs moeten en elk vak apart uitgewerkt wordt
- Stenige of natte grond, oude funderingen en boomwortels in het tracé
- Een smalle doorgang of een toegang via de woning, waardoor alles met de hand gedragen wordt
- Veel korte stukken, hoeken, aansluitingen op de afsluiting van de buren en openingen voor poorten
- Werken naast een bestaande muur of tuinhuis waar geen plaats is voor schragen
Bij 2,1 m wegen die omstandigheden zwaarder door dan bij een lagere afsluiting. Elk obstakel betekent opnieuw zware platen boven het hoofd tillen.
Typische fouten en hoe je ze later merkt
- Te ondiepe of te smalle funderingen. Een hoge gesloten afsluiting werkt als een zeil. Bij harde wind en bevroren grond kantelen de palen stilaan, en na enkele jaren helt een heel stuk over.
- Paalafstand met de meter gemeten in plaats van met een plaat. Staan de palen te ver uit elkaar, dan vallen de platen uit de sleuven. Staan ze te dicht, dan krijg je de platen er niet in. Eens het beton hard is, kun je dat alleen nog oplossen door uit te breken.
- Palen niet gestut. Een lange paal kantelt makkelijk in vers beton. Je ziet dat aan een scheve bovenrand en ongelijke spleten.
- Bovenste platen te vroeg geplaatst. Het beton kon de belasting nog niet aan, waardoor de paal verdraait of wegzakt.
- Geen afdekkapjes. Water loopt in de sleuven, bevriest in de winter en doet de randen van de palen afspringen.
- Geen waterafvoer op een helling. De onderplaat houdt aarde en water van het hogere perceel tegen. Het beton blijft nat, wordt groen en krijgt witte uitslag. Een afsluiting is geen keermuur en mag geen grond tegenhouden.
- Onvoorzichtig hanteren. Platen die op elkaar gegooid of op een hoek neergezet worden, krijgen afgebrokkelde hoeken. Op een afsluiting op ooghoogte zie je die van ver.
Doe-het-zelfgids: betonafsluiting tot 2,1 m plaatsen
Een handige doe-het-zelver kan een afsluiting tot 2,1 m plaatsen als hij minstens twee sterke helpers, schragen en geduld heeft. Het is geen werk voor één persoon. Platen en palen zijn zwaar, de bovenste rij moet boven het hoofd en een vallende plaat kan een ernstig ongeval veroorzaken. Liggen er leidingen dicht bij het tracé, is de grond zwaar of werk je op een helling, laat het werk dan over aan een ploeg.
- De perceelgrens controleren en de ligging van kabels en leidingen opvragen.
- Een koord spannen en de paalassen uitzetten met een proefplaat.
- De putten boren tot de diepte die de fabrikant aanbeveelt, meestal ongeveer 80 tot 100 cm, en onderin grind storten.
- De eerste paal plaatsen, in beide richtingen met de waterpas richten, inbetonneren en met latten stutten.
- De onderste plaat inschuiven, de tweede paal er strak tegen zetten, richten en inbetonneren.
- Zo vak per vak verdergaan en de hoogte van de paalkoppen telkens met het koord controleren.
- Wachten tot het beton voldoende opgesteven is, volgens de betonleverancier en het weer.
- De overige platen van onder naar boven inschuiven, de bovenste rij vanaf schragen, altijd met twee mensen per plaat.
- De afdekkapjes plaatsen en de grond rond de funderingen zo afwerken dat het water van de afsluiting weg loopt.
Controle bij de oplevering
Loop de afgewerkte afsluiting helemaal af, aan beide kanten. Kijk vanaf één uiteinde langs de bovenrand: zo zie je bochten en sprongen het duidelijkst.
- De palen staan in beide richtingen loodrecht, gecontroleerd met de waterpas
- De bovenrand is recht of regelmatig getrapt volgens het terrein
- De platen zitten over hun hele hoogte in de sleuven en rammelen niet als je ertegen duwt
- De palen bewegen niet als je er stevig met de hand tegen duwt
- Platen en palen hebben geen afgebrokkelde randen of barsten
- Alle palen hebben een afdekkapje
- De sierzijde staat aan de kant die je afgesproken hebt
- De afsluiting staat op de uitgezette grens en volgt het afgesproken tracé
- De grond rond de funderingen is afgewerkt en het water loopt niet naar de afsluiting
- De openingen voor poorten en tuindeuren hebben de juiste breedte
- De omgeving is opgeruimd en betonresten en verpakking zijn afgevoerd
Veelgestelde vragen
Ja, als ze diep en breed genoeg gefundeerd is, de palen voor die hoogte bedoeld zijn en het beton goed kon uitharden. Op erg blootgestelde plaatsen, zoals in een open polderlandschap of op een heuvel, loont het om de funderingen ruimer te nemen en advies te vragen aan de fabrikant of een ingenieur stabiliteit.
Zelden. Palen voor een lagere afsluiting zijn meestal korter en hun funderingen zijn niet berekend op meer windbelasting. Achteraf verhogen betekent meestal de palen vervangen. Daarom kies je de hoogte beter meteen bij de start.
Nodig is het niet, beton gaat ook zonder verf lang mee. Een gevelverf of impregnatie maakt het beton wel minder zuigend, beperkt mos en witte uitslag en houdt de afsluiting langer proper. Schilder pas als ze droog is, meestal na enkele weken.
De vakken worden trapsgewijs geplaatst: elk vak staat waterpas en een trede lager dan het vorige. De openingen onder de platen vul je met een onderplaat of een lage sokkel. Bij een grotere helling giet men in plaats van losse funderingen een doorlopende betonstrook.
De onderste plaat gaat er al in bij het zetten van de palen, want ze bepaalt de afstand. De hogere rijen volgen pas als het beton opgesteven is, meestal na enkele dagen, afhankelijk van het weer en het advies van de betonleverancier.
Dat kan, maar maak vooraf duidelijke afspraken met je buren en laat de grens door een landmeter-expert uitzetten. Leg ook vast wie welke kant onderhoudt en naar welke kant de sierzijde gericht is.
Gerelateerde werkzaamheden
Zo wordt een betonnen afsluiting tot 2,4 m geplaatst: funderingen, palen, wind, hellingen en oplevering. Het verschil met 1,8 en 2,1 m.
Zo plaats je laag draadgaas tot 1,4 m: wat je voorbereidt, welk gaas je kiest, hoe je het strak spant zonder doorhangen en wat je bij oplevering nakijkt.
Zo plaats je hoog draadgaas boven 3 m bij sportvelden, tennisvelden en terreinen: palen, spandraden, banen verbinden, werken op hoogte en controle.
Zo plaats je een afsluitingspaal tot 2,7 m: diepte van de betonvoet, beton, tussenafstand, verschil met 2,4 m en 3,8 m en waar je op let bij de oplevering.
Zo plaats je een hoge afsluitingspaal tot 3,8 m: funderingsdiepte, beton, schoorpalen en wind. Met het verschil tegenover palen van 2,4 m en 2,7 m.
Zo bouw je een lage muur of sokkel uit bekistingsblokken van 12 en 15 cm: wanneer ze volstaan, werkwijze, materialen, fouten en controle.
Bereken het hele project, niet alleen één werkzaamheid
In de prijslijst bouwwerkzaamheden kiest u posten uit alle vakgebieden en NUMIQ maakt er een offerte van die klaar is voor de klant.