Bereken het werk met de prijslijst
Vul de hoeveelheden in en de prijs wordt direct herberekend. Prijsniveau: België. In uw prijslijst kunt u de tarieven zelf aanpassen.
Alle getoonde prijzen zijn exclusief btw. De arbeidsprijs is alleen arbeid. De prijs incl. materiaal omvat ook hulpmaterialen (lijm, voorstrijk, kitten, bevestigingsmiddelen). Wand- en vloertegels, vloeren, verf en sanitair kiest en koopt de klant zelf, die zitten niet in de prijs.
| Post | Eenheid | Prijs / eenheid | Hoeveelheid | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Aanvullen en verdichten | ||||
| Aanvullen met grond en verdichten | m³ | € 55,20 | - | |
| Aanvullen met grind / steenslag | m³ | € 18,40 | - | |
| Aanvullen met zand-grind + verdichten | m³ | € 17,50 | - | |
| Ondergrond verdichten met trilplaat | m² | € 6,45 | - | |
| Verdichten met trilwals | m² | € 5,15 | - | |
Aanvullen, ophogen en verdichten: wat houdt het in
Aanvullen betekent een uitgraving opvullen: een sleuf, een put, een bouwput of de ruimte tussen een funderingsmuur en het terrein errond. Bij ophogen breng je het terrein juist hoger, bijvoorbeeld om een perceel te nivelleren, onder een vloer op volle grond of onder een oprit. Voor beide geldt hetzelfde principe: het materiaal komt er in lagen in, en elke laag wordt verdicht voor de volgende erop komt.
Waarom volstaat het niet om de put dicht te gooien en de grond "vanzelf te laten zetten"? Los materiaal bevat veel lucht tussen de korrels. Uitgegraven grond wordt bovendien losser en neemt meer volume in dan in de ondergrond. Zonder verdichting drukken regen, vorst en belasting die grond jarenlang verder samen. Het gevolg: kuilen rond het huis, water dat naar de fundering loopt en scheuren in de bestrating. Verdichten doet dat proces in één werkdag, en op een gecontroleerde manier.
De eenheid in de prijslijst is de kubieke meter. In de praktijk kan dat volume op verschillende manieren berekend worden: volgens het volume van de uitgraving, volgens het plan in verdichte toestand of volgens het aangevoerde materiaal in losse toestand. Tussen die cijfers zit vaak een merkbaar verschil. Spreek daarom vooraf met de aannemer af hoe het volume gemeten wordt.
Grond, steenslag of zandgrind: welk materiaal waar
Op deze pagina staan drie verwante posten uit de prijslijst. Ze verschillen in materiaal, en dus ook in waar ze passen en hoe je ermee werkt.
Aanvullen met grond en verdichten
Hier gebruik je geschikte grond, meestal de grond die op de werf zelf uitgegraven is. Dat past in sleuven in de tuin, rond funderingen waar later geen verharding komt en overal waar het doel is om het oorspronkelijke terrein te herstellen. De grond mag geen teelaarde, wortels, hout, bouwpuin of grote stenen bevatten. Organisch materiaal rot na verloop van tijd weg en laat holtes achter.
Het soort grond maakt veel uit. In grote delen van Vlaanderen werk je met zand (Kempen, Noorderkempen) of met leem en klei (Haspengouw, de Vlaamse Ardennen, de polders). Zandige en grindhoudende grond verdicht makkelijk en laat water goed door. Leem en klei reageren sterk op vocht: droog vormen ze harde kluiten die je niet goed verdicht krijgt, en doorweekt beginnen ze onder de trilplaat te golven als pudding. Met klei kan je werken, maar alleen bij een geschikte vochtigheid, in dunnere lagen en met de juiste machine.
Aanvullen met steenslag of menggranulaat
Steenslag kies je waar de aanvulling belasting moet dragen en niet mag zakken: onder een tuinpad, een terras, een oprit naar de garage, bij leidingen onder de straat of langs funderingen waar later klinkers of tegels tegenaan komen. Voor verdichte lagen gebruik je een continu gegradeerd materiaal, bijvoorbeeld steenslag of menggranulaat 0/32 of 0/56, waarbij de fijne korrels de ruimte tussen de grove opvullen. Zo'n aanvulling verdicht tot een vaste, draagkrachtige laag.
Gewassen grind of steenslag zonder fijne fractie, bijvoorbeeld 14/20 of 20/32, gedraagt zich heel anders. Tussen de korrels blijven open ruimtes waardoor water kan stromen. Daarom past het als omhulling rond een drainagebuis of rond een infiltratievoorziening. Het laat zich maar beperkt verdichten en is zonder aanpassing geen goede draagonderlaag voor bestrating. In de praktijk worden die twee soorten geregeld verwisseld, waarna men zich afvraagt waarom "het grind niet verdicht".
Ophogen met zandgrind en verdichten
Zandgrind, bijvoorbeeld 0/32, is gewonnen materiaal met rondere korrels en een aandeel zand. Het wordt gebruikt voor grotere ophogingen: om het terrein onder een vloer op volle grond op te hogen, onder een funderingsplaat volgens het plan van de ingenieur, onder verhardingen of om een perceel te nivelleren. Het verdicht goed en gelijkmatig, en het verdraagt water beter dan lemige grond. Onder de vloer van een woning schrijft het lastenboek vaak een bepaald materiaal voor, met een vaste laagdikte en een vereiste draagkracht.
Zo maak je de keuze
- Er komt tuin of gazon: meestal volstaat goede uitgegraven grond, met bovenaan teelaarde
- Er komen klinkers, een pad of een oprit: steenslag, menggranulaat of zandgrind, minstens in de bovenste lagen
- Het terrein onder het gebouw moet hoger: zandgrind of steenslag volgens het plan, met controle van de draagkracht
- Er moet water weg: gewassen grind met geotextiel, geen leem
Wat klaar moet zijn voor het aanvullen
Eenmaal aangevuld krijg je niets meer terug zonder opnieuw te graven. Neem dus even de tijd om na te gaan of alles onder de grond echt af is.
- Leidingen en kabels liggen en zijn gecontroleerd. De riolering heeft de juiste helling en de waterleiding is op druk getest. Bij een gas- of elektriciteitsaansluiting volgt het aanvullen de instructies van de netbeheerder of van de installateur die de leiding legde.
- De ligging is vastgelegd. Laat de positie van leidingen en putten opmeten of maak minstens foto's met maten vanaf vaste punten zoals de gevel. Achteraf is dat niet meer mogelijk.
- De waterdichting van de fundering is beschermd. Op de dichting hoort noppenfolie, XPS-isolatie of een andere bescherming, zodat stenen in de aanvulling ze niet beschadigen.
- Het beton is sterk genoeg. Kelder- en funderingsmuren worden pas aangevuld als ze voldoende uitgehard zijn. Volgens de ingenieur stabiliteit vaak pas nadat de vloerplaat erboven gegoten is, zodat de wand bovenaan steun krijgt.
- Op de bodem van de uitgraving staat geen water, sneeuw of modder. In water of op een bevroren bodem vul je niet aan.
- Het is duidelijk waar materiaal mag liggen en waar machines kunnen rijden. Een kraan, een laadschop en een trilplaat moeten erbij kunnen. Een smalle doorgang langs de haag van de buren of een border die niet beschadigd mag raken, verandert de hele aanpak. Bij een rijwoning gebeurt alles soms via de woning zelf of een smalle achtergang.
Hoe aanvullen en verdichten op de werf verloopt
Omhulling van leidingen en eerste lagen
Rond buizen en kabels komt eerst een omhulling: fijn materiaal zonder scherpe stenen, meestal zand of fijne steenslag. Die omhulling reikt doorgaans ongeveer 10 tot 30 cm boven de bovenkant van de buis. De exacte dikte staat in het plan of in de richtlijnen van de buisfabrikant. Langs de flanken van de buis wordt het materiaal voorzichtig met de hand of met een lichte stamper aangedrukt, zodat de buis vast ligt en niet zijdelings kan schuiven. Recht boven de buis werk je niet met een zware plaat zolang er geen voldoende dikke laag op ligt. In of net boven de omhulling komt een waarschuwingslint of signalisatienet in de juiste kleur, dat bij toekomstig graafwerk aangeeft dat er een leiding onder ligt.
Laag per laag opbouwen
Boven de omhulling gaat het materiaal erin in gelijkmatige lagen. Met een gewone trilplaat is één losse laag meestal ongeveer 20 tot 30 cm dik, met een lichte plaat minder en met een zware wals meer. De precieze waarden geeft de fabrikant van de machine. Een te dikke laag wordt alleen bovenaan verdicht, terwijl eronder los materiaal blijft. Dat is de meest voorkomende oorzaak van latere verzakkingen.
Over elke laag gaat de machine meerdere keren in overlappende banen, tot het oppervlak niet meer zichtbaar zakt en de plaat begint te "springen". Bij aanvullingen rond een gebouw werk je gelijkmatig rondom, zodat er niet aan één kant van de muur meer druk komt dan aan de andere.
De juiste machine
- Trilplaat: de allrounder voor zand, grind en steenslag. Een lichte plaat voor smalle sleuven, een zwaardere omkeerbare plaat voor grotere zones en dikkere lagen.
- Trilstamper (kikker): smal en met meer slagkracht, geschikt voor sleuven, langs muren en putten en voor samenhangende lemige grond die een plaat slecht verdicht.
- Wals: voor grote oppervlakken en ophogingen onder wegen en parkings.
- Kraan met verdichtingsplaat aan de arm: voor diepe en brede uitgravingen waar niemand veilig met een trilplaat in kan.
Vochtigheid van het materiaal
Materiaal verdicht het makkelijkst bij de zogenaamde optimale vochtigheid. In de praktijk: knijp grond in je hand samen, dan moet er een balletje ontstaan dat vasthoudt, maar niet smeert en geen water loslaat. Te droog zand en grind maak je licht nat. Doorweekte leem laat je opdrogen, je spreidt hem uit of je vervangt hem door beter materiaal. Doorweekte klei verdichten is meestal tijdverlies: het materiaal schuift alleen van links naar rechts.
Bij funderingen en kelderwanden
Vlak tegen de muur verdicht je voorzichtig, met een lichtere machine en in dunnere lagen. Een zware plaat of wals naast vers metselwerk kan de muur wegdrukken of beschadigen. De bovenste laag rond het huis krijgt een helling weg van de gevel, zodat regenwater niet naar de fundering loopt. Komt er een terras, een tegelpad of een grindstrook langs de gevel, dan maak je de bovenste lagen uit steenslag.
Hoe lang het duurt
Een sleuf voor een aansluiting is meestal binnen enkele uren tot een dag aangevuld. Een aanvulling rond een eengezinswoning of een grotere ophoging onder een vloer neemt, afhankelijk van toegang en hoeveelheid, één tot enkele dagen in beslag. In tegenstelling tot beton hoef je niet te wachten tot het materiaal uithardt. Moet de draagkracht gemeten worden, dan starten de volgende werken, zoals een onderlaag in beton of een chape, pas na de evaluatie van die proef.
Wat het werk vlotter of moeilijker maakt
Hoe zwaar het aanvullen is, hangt niet alleen af van het volume. Hetzelfde aantal kuub kan de ene keer comfortabel werk met een laadschop zijn en de andere keer een hele dag met kruiwagens rijden.
Vlotter gaat het met:
- Goede toegang voor een kraan of laadschop en het materiaal vlak naast de uitgraving
- Zandige of grindhoudende grond met een gepaste vochtigheid
- Een brede uitgraving waarin je zonder hindernissen met een plaat kan werken
- Droog weer en geen grondwater in de put
Langer en moeilijker wordt het door:
- Materiaal met de hand aanvoeren door de tuin, door het huis of via een smalle doorgang
- Veel leidingen in één sleuf, putten en kruisingen waar je met de hand moet verdichten
- Lemige of kleiige grond die na regen nat is en moet opdrogen of vervangen worden
- Ongeschikte uitgegraven grond die afgevoerd en vervangen moet worden
- Een vereiste meting van de draagkracht en extra verdichten als de proef niet voldoet
- Een diepe uitgraving met beschoeiing, die stap voor stap mee met het aanvullen weggehaald wordt
- Een hoge grondwaterstand, zoals in de polders, waardoor de put eerst bemaald moet worden
Typische fouten en hoe ze later zichtbaar worden
- Alles in één keer aanvullen, zonder lagen. De sleuf wordt met de kraan volgegooid en bovenaan gaat er een plaat over. Het oppervlak lijkt vast, maar na één of twee winters ontstaat er een geul langs de sleuf.
- Grond met teelaarde, wortels of puin. Organisch materiaal rot weg, puin laat holtes achter. Dat geeft plaatselijke verzakkingen, vaak pas na jaren.
- Stenen tegen de buis of de waterdichting. Een scherpe steen drukt onder belasting door een buis of door de dichting heen. Het resultaat is een vochtige kelder of een lekkende riolering die opnieuw opengegraven moet worden.
- Met een zware machine recht boven de buis verdichten. De buis vervormt of een verbinding gaat los. Bij een camera-inspectie van de riolering zie je dan een doorgebogen buis of water dat in een lager punt blijft staan.
- Doorweekte leem of bevroren materiaal. Natte klei verdicht niet, bevroren grond zakt na het ontdooien. Hetzelfde geldt voor sneeuw die mee in de put geschoven wordt.
- Aanvullen tegen een te jonge muur of met eenzijdige druk. De wand kan scheef gaan staan of scheuren. Dat is een dure herstelling die je met wat geduld vermijdt.
- Drainagegrind in plaats van een draagkrachtige laag. Onder bestrating schuift gewassen grind weg, waardoor klinkers gaan golven en verzakken.
- Een helling naar het huis toe. Regenwater loopt in de aanvulling naar de fundering en zoekt zijn weg naar de kelder.
- Geen waarschuwingslint of geen vastgelegde ligging. Niemand weet nog precies waar de leiding ligt, en bij een volgend graafwerk wordt ze geraakt.
Doe-het-zelfgids: een ondiepe sleuf of kleine zone aanvullen
Zelf aanvullen is haalbaar bij een ondiepe sleuf, bijvoorbeeld voor beregening, een drainagebuis of een tuinkabel die een elektricien gelegd heeft, of om de ondergrond onder een klein tuinpad te verdichten. Een trilplaat kan je huren bij een verhuurdienst voor machines. Blijf weg uit diepe sleuven, uit uitgravingen met onstabiele wanden en van gas-, elektriciteits- of waterleidingen van de netbeheerder. Dat werk is voor een gespecialiseerde firma. Ruik je tijdens het werk gas, ga dan meteen naar een veilige plek, gebruik geen vuur of elektrische schakelaars en bel 112 of je netbeheerder (Fluvius, Sibelga, ORES of RESA).
- Nagaan waar ondergrondse leidingen liggen en nooit blind graven of verdichten.
- De bodem van de sleuf vrijmaken van water, modder, wortels en stenen.
- Het materiaal klaarzetten: zand voor de omhulling, geschikte grond zonder teelaarde en puin, eventueel steenslag.
- Zand rond de buis of kabel strooien en langs de flanken met de hand aandrukken.
- Een beschermende laag zand boven de leiding aanbrengen en het waarschuwingslint leggen.
- Het overige materiaal in lagen van ongeveer 15 tot 20 cm inbrengen.
- De vochtigheid controleren: grond moet in de hand zijn vorm houden, maar niet smeren.
- Elke laag meerdere keren met de plaat in overlappende banen verdichten.
- Langs muren, putten en in hoeken bijwerken met een handstamper.
- De laatste laag onder helling weg van het huis leggen en teelaarde of de onderlaag voor bestrating aanbrengen.
- Na enkele regenbuien controleren of het oppervlak gezakt is en eventuele kuilen bijvullen.
Draag bij het werken met een trilplaat stevige schoenen, gehoorbescherming en handschoenen. Laat de plaat niet ter plaatse draaien en laat ze met twee personen in de sleuf zakken, nooit erin gooien.
Zo controleer je de verdichting
Bij een gewone aanvulling in de tuin volstaat een eenvoudige controle. Een verdicht oppervlak geeft niet mee onder je schoen, een stalen staaf dring je er moeilijk in en na het passeren van de plaat blijven geen diepe sporen achter. Plekken waar de staaf plots makkelijk wegzakt, verraden een laag die onvoldoende verdicht is.
Onder vloeren, funderingsplaten, wegen en parkings legt het lastenboek meestal een vereiste draagkracht of verdichtingsgraad vast. Die wordt nagegaan met een plaatproef, waarbij een stalen plaat belast wordt en de indrukking gemeten, of met een snellere dynamische plaatproef. Bij belangrijke ophogingen wordt soms de dichtheid van de verdichte laag vergeleken met een laboratoriumproef op het materiaal. De te halen waarden bepaalt de ontwerper op basis van de NBN- en EN-normen, niet de firma die aanvult. Voldoet de proef niet, dan wordt de laag bijverdicht of vervangen en opnieuw gemeten.
Bij een rioolaansluiting loont het om na het aanvullen een camera-inspectie te laten uitvoeren. Die toont of de buis niet doorgebogen is tijdens het verdichten en of de verbindingen dicht zijn.
De afgewerkte aanvulling opleveren
Loop bij de oplevering de zone af, vergelijk ze met het plan en vraag de documenten die je later nodig hebt bij verdere werken of bij de verkoop van de woning.
- Leidingen werden voor het aanvullen gecontroleerd, getest en hun ligging is vastgelegd
- De omhulling van de leidingen bestaat uit zand of fijn materiaal zonder scherpe stenen
- Boven alle leidingen ligt een waarschuwingslint of signalisatienet
- Het gebruikte materiaal komt overeen met de afspraak of het plan en bevat geen teelaarde, wortels of puin
- De aanvulling is in lagen uitgevoerd en elke laag is verdicht
- De waterdichting en haar bescherming aan de fundering zijn onbeschadigd
- Het oppervlak is vlak, zonder kuilen of zachte plekken
- Het terrein rond het huis loopt af van het gebouw weg
- Voor zones met een vereiste draagkracht is een verslag van de proef beschikbaar
- Er is afgesproken hoe het volume gemeten werd en wat er gebeurt als de aanvulling de eerste maanden zakt
Veelgestelde vragen
Vaak wel, als ze geen teelaarde, wortels, puin of grote stenen bevat en een geschikte vochtigheid heeft. Zandige en grindhoudende grond geeft geen problemen. Bij klei of doorweekte leem moet je rekenen op dunnere lagen, laten opdrogen of vervangen door steenslag, zeker onder toekomstige bestrating.
Een aanvulling die laag per laag goed verdicht is, hoeft niet eerst te "rusten". Op een aanvulling zonder verdichting bouw je daarentegen beter ook na een jaar niet. Vraagt het lastenboek een proef op de draagkracht, dan start je met de volgende werken pas na de evaluatie ervan.
Meestal was een laag te dik en verdichtte de plaat alleen de bovenkant, of werd doorweekt of bevroren materiaal verdicht. Ook organisch materiaal in de grond of water dat fijne deeltjes uit de omgeving wegspoelt, kan de oorzaak zijn. Kleine verzakkingen vul je bij, grotere moeten opengegraven en opnieuw uitgevoerd worden.
Beide werken goed als ze continu gegradeerd zijn, bijvoorbeeld 0/32. Steenslag heeft hoekige korrels die beter in elkaar haken, en wordt daarom vaak onder klinkers en berijdbare zones gebruikt. Zandgrind past goed bij grotere ophogingen en onder vloeren. Wat het plan voorschrijft en wat in je regio beschikbaar is, geeft de doorslag.
Ja, maar voorzichtig, met een lichtere machine en pas als de muur sterk genoeg is en de waterdichting beschermd. Bij kelderwanden volg je de richtlijnen van de ingenieur stabiliteit. Die bepalen vaak dat je pas aanvult na het gieten van de vloerplaat erboven, en gelijkmatig aan alle kanten.
Ja. Het leggen en aansluiten van die leidingen is werk voor de netbeheerder, een erkende installateur of een elektricien. De aanvulling gebeurt volgens hun instructies, met een omhulling van zand en een waarschuwingslint boven de leiding.
Gerelateerde werkzaamheden
Zo verdicht je de ondergrond onder klinkers, oprit of vloerplaat goed: lagen, vochtigheid, trilplaat of trilwals, draagkracht controleren en typische fouten.
Wat onder grondwerk valt, waarom grondonderzoek telt, hoe grond in volume verandert en wat je doet met teelaarde en overtollige grond.
Zo verloopt het machinaal uitgraven van een bouwput: wat je voorbereidt, hoe je de wanden en het grondwater aanpakt en wat je controleert bij oplevering.
Hoe het machinaal graven van funderingssleuven en poeren verloopt, wat klaar moet zijn voor de kraan komt, hoe kubieke meters berekend worden en hoe je het controleert.
Zo verloopt het machinaal graven van een sleuf voor water, riolering, gas en elektriciteit: voorbereiding, dieptes, beschoeiing, fouten en controle.
Hoe handmatig graven verloopt, wat grondklasse 1 tot 4 betekent, waar je vooraf aan denkt en hoe je een afgewerkte uitgraving controleert.
Bereken het hele project, niet alleen één werkzaamheid
In de prijslijst bouwwerkzaamheden kiest u posten uit alle vakgebieden en NUMIQ maakt er een offerte van die klaar is voor de klant.