Bereken het werk met de prijslijst
Enter quantities and the price recalculates instantly. You can adjust these rates in your price list.
Alle getoonde prijzen zijn exclusief btw. De arbeidsprijs is alleen arbeid. De prijs incl. materiaal omvat ook hulpmaterialen (lijm, voorstrijk, kitten, bevestigingsmiddelen). Wand- en vloertegels, vloeren, verf en sanitair kiest en koopt de klant zelf, die zitten niet in de prijs.
| Post | Eenheid | Prijs / eenheid | Hoeveelheid | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Grondwerken | ||||
| Bouwput machinaal ontgraven | m³ | 22,10 € | - | |
| Handmatig graven (grondklasse 1-2) | m³ | 46,00 € | - | |
| Handmatig graven tot 1m diepte (grondklasse 3) | m³ | 58,90 € | - | |
| Handmatig graven tot 1m diepte (grondklasse 4) | m³ | 73,60 € | - | |
| Mechanisch strokenfundering uitgraven (breedte vanaf 50 cm) | m³ | - | ||
| Mechanisch poerfundering uitgraven (breedte vanaf 80 cm) | m³ | 46,00 € | - | |
| Mechanisch sleuven graven voor nutsvoorzieningen | str.m | 13,80 € | - | |
| Handmatig uitvlakken strokenfundering tot 1m diepte | str.m | 22,10 € | - | |
| Handmatig uitvlakken poerfundering tot 1m diepte | m² | 23,90 € | - | |
| Handmatig uitvlakken funderingsvlak | m² | 9,20 € | - | |
| Gat handmatig boren tot Ø 25 cm | st | - | ||
| Gat handmatig boren tot Ø 35 cm | st | - | ||
| Aanvullen en verdichten | ||||
| Aanvullen met grond en verdichten | m³ | - | ||
| Aanvullen met grind / steenslag | m³ | 18,40 € | - | |
| Aanvullen met zand-grind + verdichten | m³ | 17,50 € | - | |
| Ondergrond verdichten met trilplaat | m² | 6,45 € | - | |
| Verdichten met trilwals | m² | 5,15 € | - | |
| Afvoer en transport | ||||
| Afvoer grond (incl. laden) | m³ | 18,40 € | - | |
| Grond afvoeren / Zand-grind leveren | km | 6,45 € | - | |
| Beschoeiing | ||||
| Sleufbeschoeiing tot 2 m diepte | m² | - | ||
| Overige werkzaamheden | ||||
| Overige ongespecificeerde werkzaamheden | u | - | ||
Wat valt er allemaal onder grondwerk
In offertes kom je zowel grondwerk als graafwerk tegen. Het gaat om alles wat het maaiveld verandert of in de ondergrond ingrijpt: de bovenlaag afgraven, uitgraven voor de fundering, de kruipruimte of een kelder, sleuven voor aansluitingen, aanvullen en omhullen, verdichten, het terrein rond het huis op hoogte brengen en grond verplaatsen of afvoeren. Bij een nieuwbouw is dit het allereerste werk op de werf. Als het klaar is, zie je er niets meer van. Fouten uit deze fase komen wel na een paar jaar boven: scheuren in het metselwerk, verzakte klinkers of een vochtige kruipruimte.
In de praktijk valt grondwerk meestal in drie delen uiteen, en vaak doen verschillende aannemers die delen. Eerst het uitgraven voor fundering en aansluitingen, daarna het aanvullen en verdichten als de fundering en de vloer van het gelijkvloers klaar zijn, en ten slotte het aanleggen van het terrein. Spreek bij de raming daarom af wie welk deel doet. Juist op de overgang tussen twee aannemers worden het afvoeren van grond, het opruimen of het verdichten makkelijk vergeten.
De ondergrond: waarom je de grond moet kennen voordat er gegraven wordt
Hoe diep en breed een fundering moet zijn, hangt af van wat de ondergrond kan dragen en hoe die zich gedraagt. In België verschilt dat sterk van streek tot streek. In de polders langs de kust en langs de Schelde zit onder een laag klei of veen pas op flinke diepte een draagkrachtige laag. Daar komen woningen vaker op palen of op een verdiepte fundering. Op de zand- en leemgronden van bijvoorbeeld de Kempen, Brabant of Haspengouw volstaat vaak een gewone fundering op volle grond. Welke fundering je huis krijgt, bepaalt de stabiliteitsingenieur, meestal op basis van een sondering. Daarbij wordt een conus de grond in gedrukt en wordt gemeten hoeveel weerstand de lagen bieden. Een proefgat met een minigraver op de plek van het huis is daarnaast een kleine moeite en laat vaak zien of je op klei, opgevulde grond of grondwater stuit.
In offertes zie je soms onderscheid naar grondsoort. Voor jou komt het vooral op één ding neer: hoe zwaarder en samenhangender de grond, hoe trager het graven gaat, hoe sneller de machine slijt en hoe duurder elke kubieke meter wordt. Klei heeft daarnaast een vervelende eigenschap. Als hij uitdroogt, krimpt hij, en als hij nat wordt, zwelt hij op. Veen klinkt bovendien in als het droogvalt. Een fundering wordt in zulke grond dieper aangelegd of op palen gezet, en de omgeving van het huis beschermt men tegen wisselend droog en nat, bijvoorbeeld met goede afwatering en door bomen niet vlak tegen het huis te planten.
Een apart verhaal is opgevulde grond. Denk aan gedempte grachten, oude kelders, vroegere kleiputten of opgehoogde moerassige stukken. In oudere dorpskernen en in de polders kom je die vaker tegen dan je zou verwachten. Opgevulde grond is geen draagkrachtige ondergrond. De fundering gaat er dan doorheen naar diepere lagen, of de slechte grond wordt vervangen door verdicht zand, altijd volgens het ontwerp van de stabiliteitsingenieur.
Waarom dezelfde grond drie verschillende volumes heeft
Bij grondwerk rekent men met drie volumes van dezelfde grond. Vaste grond ligt nog ongeroerd in de bodem, en daarmee wordt het uitgraven berekend. Zodra hij is uitgegraven, wordt hij losser en neemt hij meer ruimte in, grofweg een kwart tot een derde meer. Zand groeit minder, klei en steenachtig materiaal meer. Na terugstorten en verdichten krimpt het volume weer, maar het komt bijna nooit precies op de oorspronkelijke hoeveelheid uit.
Daar volgen twee praktische dingen uit. Ten eerste: kijk in de offerte of het afvoeren wordt gerekend in kubieke meter vaste of losse grond. Twee offertes kunnen alleen hierin verschillen. Ten tweede: je hebt op je perceel genoeg ruimte nodig voor een tijdelijk gronddepot. De grond uit een bouwput voor een kelder of een diepe kruipruimte beslaat een verrassend grote oppervlakte. En hij mag niet langs de rand van de put liggen, want dan drukt hij op de wand.
De bovenlaag, en waar je met overtollige grond naartoe gaat
De teeltlaag, de bovenste vruchtbare laag, wordt apart afgegraven en op een eigen hoop gezet. Die heb je later nodig bij het aanleggen van de tuin en bij het planten. Meng je hem met de grond eronder, dan leg je de tuin straks aan op schrale grond en moet je teelaarde laten aanvoeren. Onder vloeren, paden en rond de fundering hoort teelaarde juist niet. De organische resten erin verteren langzaam en het aanvulwerk zakt in.
Propere grond die op je eigen perceel blijft, zie je meestal gewoon terug in het terrein. Gaat de grond van de werf af, dan gelden er in Vlaanderen regels voor grondverzet. Vaak moet met een technisch verslag aangetoond worden hoe proper de grond is, en hij gaat naar een erkende verwerker of naar een andere werf die hem mag ontvangen. De kosten voor het storten of verwerken zitten zelden in de prijs van het graafwerk en zijn bij grote hoeveelheden een flinke post. Het is daarom verstandig het terrein zo te plannen dat zoveel mogelijk grond op je eigen perceel blijft, bijvoorbeeld om een helling te egaliseren of het maaiveld rond het huis iets op te hogen. Dat laatste helpt ook tegen wateroverlast bij hevige regen.
Als er water in de put staat of het gaat vriezen
Grondwater in de bouwput maakt het werk een stuk lastiger. De wanden gaan afschuiven, de bodem wordt modderig en in stilstaand water storten mag niet zonder een speciale werkwijze. In de polders, langs rivieren en in lager gelegen delen van Vlaanderen staat het grondwater vaak hoog, soms al op een halve meter onder het maaiveld. Bij ondiep grondwater is pompen uit een pompput meestal genoeg, dat is een klein, dieper gegraven gat in een hoek van de put. Bij een hogere stand is een bemaling nodig, ontworpen door een specialist. Let er dan ook op dat het verlagen van het grondwater de omgeving kan raken. Oudere buurwoningen met een ondiepe fundering kunnen gaan verzakken als het water te ver of te lang zakt.
De grondwaterstand schommelt door het jaar heen. Een droge put in de zomer zegt dus niets over de vraag of de kelder of kruipruimte in het voorjaar droog blijft. De waterdichting wordt ontworpen op de hoogst te verwachten stand, niet op wat je tijdens het graven zag.
In de winter geldt een eenvoudige regel: op een bevroren funderingsbodem wordt niet gestort. Bevroren grond verliest bij het ontdooien zijn draagkracht en de fundering zakt. Lukt het niet om voor de vorst te storten, dan dekt men de bodem af, of graaft men de laatste laag boven de funderingsdiepte pas vlak voor het storten weg.
Veilig graven en kabels en leidingen onder de grond
Een instortende sleufwand is een serieus risico, en het gebeurt ook waar de wand stevig lijkt. Samenhangende klei kan urenlang een rechte wand vasthouden. Dan verzwakt een regenbui, een trilling van een passerende machine of een hoop grond aan de rand de wand en zakt hij in. In een diepere sleuf zonder beschoeiing of schuine wanden stapt daarom niemand, ook niet even voor een controle. Bij zandgrond met hoog grondwater kalven wanden extra snel af. Grond, materiaal en machines blijven op veilige afstand van de rand. In de praktijk houdt men minstens een halve meter aan, bij zwaar materieel meer.
Zorg ruim op tijd dat je weet waar kabels en leidingen liggen: stroom, gas, water, riolering en telecom. In Vlaanderen vraag je die plannen op via het KLIP (Kabel- en Leidinginformatieportaal), in Brussel en Wallonië via CICC. De netbeheerders bezorgen dan hun plannen. Houd er rekening mee dat de werkelijke ligging kan afwijken. Bij graven in de buurt van een gasleiding of een hoogspanningskabel graaft men daarom met de hand proefsleuven en wil de netbeheerder soms iemand ter plaatse hebben. De sleuf zelf graven is gewoon grondwerk. Gas- en elektriciteitsaansluitingen laat je aansluiten door de netbeheerder of door een vakman die daarvoor bevoegd is. Een elektrische installatie moet voldoen aan het AREI en wordt gekeurd door een erkend keuringsorganisme.
Raakt er bij het graven een gasleiding beschadigd of ruik je gas, ga dan direct weg van de plek, gebruik geen open vuur, geen schakelaars en geen elektrische apparaten en verwittig de netbeheerder: Fluvius in Vlaanderen, Sibelga in Brussel, ORES of RESA in Wallonië. Bij direct gevaar bel je 112.
Ophogen bij de perceelsgrens en je buren
Denk bij het aanleggen van het terrein ook aan je buren. Als je het maaiveld vlak bij de perceelsgrens ophoogt, loopt regenwater vaak naar de buren of gaat het tegen hun omheining drukken. Bij ophogen langs de grens regel je daarom de afwatering, bijvoorbeeld met een greppel, een drain of een goot, en soms ook een keermuurtje. Moet zo'n muur een flinke hoogte grond tegenhouden, dan laat je hem ontwerpen door een stabiliteitsingenieur.
Overleg vooraf met de buren is in de praktijk het halve werk. Vertel wat je van plan bent, hoe hoog het terrein wordt en waar het water heen gaat. Zo voorkom je dat een kleine hoogteverandering na de eerste natte herfst een burenruzie wordt.
Bereikbaarheid van het perceel en welke machine je kiest
Van de keuze voor de machine hangen snelheid en kosten af. Een minigraver past door een tuinpoort op een bewoond perceel en laat de omgeving heel, maar voor een grote bouwput is hij traag. Een grotere graafkraan met shovel graaft een put voor een kelder veel sneller. Die heeft wel een stevige toegang nodig, ruimte om te draaien en een route voor de vrachtwagens die de grond afvoeren. Op slappe grond zijn soms rijplaten nodig om niet weg te zakken. Bij kleine klussen, zoals een aansluiting of een omheining, is het vervoer van de machine naar de werf vaak een groot deel van de prijs.
Controleer voordat het materieel komt de breedte en draagkracht van de toegang, bovengrondse leidingen boven het perceel en ook septische putten, waterputten en ondergrondse tanks, zoals een oude stookolietank (mazouttank) of een regenwaterput. Die staan vaak op geen enkel plan en alleen jij weet waar ze liggen. Een zware machine laat sporen achter op gras of klinkers. Spreek de rijroute daarom vooraf af en bescherm hem waar nodig met rijplaten of planken.
Aanvullen rond de fundering en de aansluitingen
Waarmee je aanvult, is net zo belangrijk als hoe je verdicht. Rond de fundering en onder vloeren hoort geen grond met plantenresten, geen puin met stukken hout en folie en geen bevroren grond. Onder en rond de fundering wordt meestal met zand aangevuld, in lagen verdicht. Bij het aanvullen tegen kelderwanden moet de waterdichting beschermd worden, meestal met noppenfolie of isolatieplaten. Een scherpe steen in het aanvulmateriaal kan hem doorprikken, en zo'n beschadiging ontdekt niemand voordat het gaat lekken.
Leidingen en kabels van aansluitingen komen in een zandbed en worden omhuld met zand, zodat er geen stenen op drukken. Boven de aansluiting gaat in het aanvulwerk een waarschuwingslint in de juiste kleur. Als iemand er over een paar jaar gaat graven, ziet hij dat er een leiding onder ligt. Kunststof leidingen worden voorzichtig verdicht. Een zware trilplaat direct erboven kan ze vervormen.
Doe-het-zelf: met de hand gaten graven voor omheiningspalen
Ondiepe gaten voor de palen van een omheining of pergola kun je prima zelf graven, als je je aan een paar veiligheidsregels houdt. Bij diepere sleuven, grotere hoeveelheden of graven vlak bij kabels en leidingen is het verstandiger een vakman te bellen.
- Via het KLIP of CICC en in de documenten van het perceel nagaan of er op de plek van de omheining kabels, gas- of waterleidingen liggen.
- De lijn van de omheining uitzetten met een draad en piketten en de plek van elke paal markeren op de gekozen afstand.
- De graszode en de teelaarde op de plek van het gat afsteken en apart leggen, zodat ze later terug kunnen.
- Het gat graven met een spade of grondboor, minstens tot de vorstvrije diepte die de handleiding van het omheiningssysteem of het ontwerp aangeeft.
- De uitgegraven grond op een folie naast het gat leggen, niet op de rand, zodat hij er niet in terugvalt en niet op de wand drukt.
- De bodem van het gat proper maken, losgewoelde grond verwijderen en die zo nodig vervangen door een laagje grind, niet door grond.
- Diepte en plaats van alle gaten langs de draad controleren voordat de palen erin gaan.
- Open gaten afdekken met een plank als ze niet dezelfde dag worden gestort, zodat er niemand in valt en er geen water in loopt.
Het graafwerk controleren en opnemen
Neem het graafwerk op voordat er gestort wordt, zolang je de bodem en de wanden nog ziet. Zit het beton eenmaal in de grond, dan valt er niets meer te controleren. Bij een belangrijke fundering vraag je de stabiliteitsingenieur of de architect om de funderingsbodem mee te beoordelen. Bij een paalfundering laat je ook de paalposities en de kophoogtes controleren.
- Maten en diepte van de uitgraving kloppen met het plan en de uitzetting
- De bodem is proper, zonder losgewoelde grond, stenen en stilstaand water
- Plekken waar te diep is gegraven, zijn gemarkeerd om met beton op te vullen
- Wanden van diepere sleuven zijn beschoeid of onder een veilige helling afgegraven
- Uitgegraven grond ligt op veilige afstand van de rand
- De teelaarde ligt apart van de overige grond
- Kabels en leidingen die bij het graven bloot kwamen, zijn onbeschadigd en vastgelegd
- Voor het aanvullen zijn materiaal, laagdikte en manier van verdichten afgesproken
- De hoeveelheid afgevoerde grond en waar die terecht is gekomen, zijn op papier aangetoond
Bereken het hele project, niet alleen één werkzaamheid
In de prijslijst bouwwerkzaamheden kiest u posten uit alle vakgebieden en NUMIQ maakt er een offerte van die klaar is voor de klant.