Price list 2026 · Europe

Betonwerk

Beton vormt het dragende skelet van de meeste gebouwen: funderingen, vloeren, ringbalken, lateien, trappen en keerwanden. Bij dragende delen telt niet hoeveel jaar ervaring de betonwerker heeft. Het gaat om de berekening van de stabiliteitsingenieur. De maten van de fundering, de betonsterkte en de dikte en plaats van de wapening staan al

Bijgewerkt 09/2026·12 min read·24 price list items
Prijs standaardwerk
73,60 €/ m³
Indicatieve bandbreedte
58,80 € - 95,70 €
Prijs alleen voor deze specifieke werkzaamheid - zonder materiaal en zonder voorbereidend werk. Dit is niet de prijs van de complete klus.
Bereken mijn renovatie
Actuele prijzen

Bereken het werk met de prijslijst

Enter quantities and the price recalculates instantly. You can adjust these rates in your price list.

Betonwerken24 posten

Alle getoonde prijzen zijn exclusief btw. De arbeidsprijs is alleen arbeid. De prijs incl. materiaal omvat ook hulpmaterialen (lijm, voorstrijk, kitten, bevestigingsmiddelen). Wand- en vloertegels, vloeren, verf en sanitair kiest en koopt de klant zelf, die zitten niet in de prijs.

PostEenheidPrijs / eenheidHoeveelheidTotaal
Betonwerk
Strokenfunderingen storten in sleufm³73,60 €-
Werkvloer storten en afreienm²14,70 €-
Plaatfunderingen storten, 100 mm dikm²-
Plaatfunderingen storten, 150 mm dikm²-
Plaatfunderingen storten, 200 mm dikm²-
Bekisting voor funderingen en wandenm²33,10 €-
Bekisting voor vloerplaat (Doka/Peri systeem)m²-
Vloerplaatbekisting ontkistenm²10,65 €-
Wapening aanbrengen en vlechtent644,00 €-
Netwapening aanbrengen en vlechten 100×100m²4,95 €-
Netwapening aanbrengen en vlechten 150×150m²5,50 €-
Betonnen trap storten inclusief bekistingm³-
Trapbekisting plaatsenstr.m-
Trapbekisting verwijderenstr.m22,10 €-
Handmatig aangebrachte dekvloer tot 7 cmm²16,55 €-
Machinaal aangebrachte dekvloeren - cementgebondenm²19,30 €-
Machinaal aangebrachte dekvloeren - anhydriet (zelfnivellerend)m²21,70 €-
Installatie van keramische balken en vulvloerm²36,80 €-
Bitumineuze voorstrijklaagm²-
Bitumineuze vochtkering aanbrengen (IPA)m²-
Dilatatievoegen zagenstr.m9,20 €-
Betonvloer vlinderenm²8,30 €-
Betonmortel pompenm³-
Overige werkzaamheden
Overige niet-gespecificeerde betonwerkzaamhedenu-
Totaal arbeid
- vul hoeveelheid in
Offerte maken vanuit prijslijst →

Wanneer betonwerk een berekening van de stabiliteitsingenieur nodig heeft

Beton vormt het dragende skelet van de meeste gebouwen: funderingen, vloeren, ringbalken, lateien, trappen en keerwanden. Bij dragende delen telt niet hoeveel jaar ervaring de betonwerker heeft. Het gaat om de berekening van de stabiliteitsingenieur. De maten van de fundering, de betonsterkte en de dikte en plaats van de wapening staan altijd in de stabiliteitsplannen en berekeningen. De betonploeg voert ze op de werf alleen uit. Besluit iemand ter plekke om wapening te vervangen door een dikkere plaat of een ringbalk weg te laten, dan grijpt hij in de constructie in. Zo'n wijziging kan alleen de stabiliteitsingenieur beoordelen.

Woon je in een appartement en wil je iets veranderen aan een vloer of een dragende muur? Bespreek het dan eerst met de syndicus en de vereniging van mede-eigenaars (VME). Vloeren en dragende muren zijn meestal gemeenschappelijke delen, en wat je in jouw woning doet, heeft gevolgen voor de buren boven en naast je.

Betonsterkte, consistentie en wat in je bestelling hoort

Stortklaar beton van de betoncentrale bestel je volgens NBN EN 206, in België aangevuld met NBN B 15-001. De aanduiding zegt meer dan alleen hoe sterk het beton is. Een code als C25/30 XC2 S3 Dmax 16 bestaat uit vier delen: de sterkteklasse, de omgeving waarin het beton komt te staan, hoe vloeibaar de verse specie is en de grootste korrel van het toeslagmateriaal.

  • Sterkteklasse: het eerste getal is de druksterkte van een proefcilinder, het tweede die van een proefkubus, allebei in MPa. Voor werkvloeren is meestal een lagere klasse genoeg. Bij dragende delen bepaalt de stabiliteitsingenieur de klasse.
  • Milieuklasse: XC staat voor carbonatatie. Lucht en vocht tasten daarbij langzaam de bescherming van de wapening aan. XF staat voor vorst, XD voor chloriden uit strooizout. Een oprit waar auto's rijden en waar 's winters gestrooid wordt, vraagt ander beton dan een fundering in droge grond.
  • Consistentie: de klassen S1 tot S5 geven aan hoe vloeibaar de specie is. Voor pompen bestel je meestal S3 of S4. Stijvere specie gaat moeilijk door de pomp.
  • Toeslagmateriaal: de korrelgrootte kies je op basis van de dikte van het onderdeel en hoe dicht de wapening ligt. In dunne delen en tussen dichte wapening hoort een kleinere korrel.

In de praktijk gebeurt het vaak dat iemand water in de betonmixer gooit, zodat het beton makkelijker uit te vlakken is. Elke liter extra verslechtert de verhouding tussen water en cement, de zogeheten water-cementfactor. Het beton wordt zwakker en kan slechter tegen vorst. Wil je vloeibaardere specie? Bestel die dan meteen bij de centrale, met een plastificeerder. Bewaar de leveringsbon van elke mixer. Daarop staan de betonklasse en het tijdstip van mengen, en het is het enige bewijs van wat er echt in je constructie zit.

De stort organiseren: hoeveelheid, aanvoer en bereikbaarheid

Een betonmolen is handig voor poeren, kleine oppervlakken en klein werk. Bij grotere hoeveelheden schiet hij tekort. Een funderingsplaat van 14 × 10 m en 20 cm dik bevat 28 m³. Dat zijn vier betonmixers van 7,5 m³, maar ook honderden vullingen van een gewone molen. Met de hand krijg je zo'n plaat niet in één keer en in gelijke kwaliteit gestort.

Neem je beton van de centrale, denk dan vooraf na over deze punten:

  • Bereikbaarheid voor een zware mixer: houdt de weg of oprit het gewicht en kan hij ergens keren
  • Het bereik van de stortgoot, dat maar een paar meter is, zodat je voor verder gelegen plekken, verdiepingsvloeren en werk achter het huis een betonpomp nodig hebt
  • Een gelijkmatige aanvoer, zodat de gestorte laag niet al gaat opstijven voordat de volgende wagen komt
  • Genoeg mensen en gereedschap om uit te vlakken, te verdichten en af te rijen
  • De verwerkingstijd: de specie moet meestal binnen ongeveer 90 minuten na het mengen verwerkt zijn, bij hitte nog sneller

Bestel met een kleine marge. Een uitgraving is nooit helemaal vlak en de bekisting buigt onder de druk van het beton iets door. Kom je aan het eind van de dag een kubieke meter tekort, dan ontstaat er een stortnaad op een plek waar niemand die had gepland.

Funderingen: waar je aan denkt vóór de eerste kubieke meter

Een fundering moet op vorstvrije diepte liggen, dus dieper dan waar de vorst 's winters komt. Meestal houdt men daarvoor zo'n 60 tot 80 cm aan, in België in de praktijk vaak 80 cm. De precieze diepte en breedte bepaalt de stabiliteitsingenieur, op basis van wat de grond kan dragen. In sommige streken, zoals de polders en de rivierdalen, is de bodem slap en wordt op palen gefundeerd. Ook dat volgt uit de berekening en het grondonderzoek, bijvoorbeeld een sondering. De bodem van de sleuf moet in vaste, onverstoorde grond liggen. Is die na regen doorweekt of modderig geworden, haal de natte laag dan weg voordat je stort.

Sommige dingen moeten vóór de stort in de sleuf liggen, omdat ze achteraf moeilijk of niet meer aan te brengen zijn:

  • Aardingslus: een blanke geleider die als aarding in de funderingssleuf komt, volgens het AREI en het ontwerp van de elektrische installatie. Laat het ontwerp en de aansluiting over aan een erkend elektricien. De meting ervan hoort bij de keuring van de installatie door een erkend keuringsorganisme.
  • Mantelbuizen en sparingen: voor de riolering, het water, de elektriciteit en eventueel gas. Later een kernboring door een kant-en-klare fundering maken is duurder en verzwakt de constructie.
  • Bescherming tegen vocht: bij een funderingsplaat hangt de opbouw van de isolatie en de vochtwering af van de grondwaterstand, die in België op veel plaatsen, zoals in de polders en valleien, hoog is. Een werkvloer van mager beton eronder zorgt voor een vlakke, stevige ondergrond.

Bekisting, verloren bekisting en vloeren

Vers beton duwt tegen de bekisting als een dikke vloeistof, waarvan een kubieke meter ongeveer 2,4 ton weegt. Hoe hoger en sneller je stort, hoe groter die druk. Daarom stort je hoge wanden in lagen. Traditionele bekisting van planken en balken past bij ongewone vormen, systeembekisting met frames bij wanden en herhalende elementen. Behandel de bekistingsvlakken met ontkistingsmiddel. Anders hecht het beton vast en beschadig je het oppervlak bij het ontkisten.

Verloren bekisting

Verloren bekisting haal je niet weg, die blijft in de constructie zitten. Denk aan bekistingsblokken van beton of EPS, die je wapent en volstort, en aan breedplaatvloeren, in België meestal predallen genoemd. Een predal is een dunne prefab betonplaat met tralieliggers als wapening. Je legt hem op stutten en stort er op de werf een druklaag op.

Systeemvloer met balkjes en vulelementen

Een veelgebruikte systeemvloer bestaat uit voorgespannen of gewapende betonbalkjes met daartussen vulelementen van beton of EPS. De balkjes leg je op de muren met de oplegdiepte die de fabrikant voorschrijft. Ze worden niet met pluggen vastgezet. Stutten komen onder de balkjes, op de afstand die de fabrikant opgeeft, en niet halverwege ertussen. Op de vulelementen leg je een wapeningsnet, je maakt een ringbalk en stort alles af met een druklaag. In België zie je daarnaast vaak welfsels, ook kanaalplaten genoemd. Die komen als complete prefab platen met een kraan op hun plek, en het betonwerk ter plekke beperkt zich dan tot voegen en eventueel een druklaag.

Trap

Bij een betontrap vormen staande kopschotten de treden. Die bepalen de optrede, dus de hoogte van elke tree. De schuine onderplaat draagt de hele trap. Alle treden moeten even hoog zijn, en je rekent ook met de dikte van de toekomstige vloerafwerking op de overloop en onderaan. Zit je bij de eerste of laatste tree een centimeter mis, dan is dat na het storten heel lastig te herstellen.

Wapening en betondekking

Waarom zit er staal in beton? Beton kan prima tegen druk, maar slecht tegen trek. Het staal neemt de trek op en het beton beschermt het staal tegen roest. Dat werkt alleen als de wapening onder een voldoende dikke laag beton ligt. Die betondekking is als richtwaarde zo'n 20 tot 50 mm, afhankelijk van de omgeving en het soort onderdeel, en bij beton dat rechtstreeks op de grond gestort wordt flink meer. Je houdt die dekking aan met afstandhouders, en bij de bovenste netten in vloeren met stalen stoeltjes.

Wapeningsnetten leg je overlappend, meestal één tot twee mazen, zoals de stabiliteitsingenieur aangeeft. Vaak ziet men netten die direct op de ondergrond liggen, waarna iemand ze tijdens het storten met een hark omhoog probeert te trekken. Meestal belanden ze toch onderin de plaat, waar ze vrijwel niets doen. Laat bij dragende delen de wapening vóór de stort controleren door de stabiliteitsingenieur of iemand die namens jou het werk opvolgt, zoals je architect, en leg dat vast in het werfverslag, liefst met foto's.

Verdichten en afwerken

Steek de trilnaald verticaal en op regelmatige afstanden in het beton. Als richtwaarde houd je tussen twee posities ongeveer acht tot tien keer de diameter van de naald aan. Tril tot er geen luchtbellen meer opkomen en er een dun laagje cementlijm aan het oppervlak verschijnt. Stort je in lagen, laat de naald dan ook in de onderste laag zakken, zodat beide lagen één geheel worden. Tril niet te lang op één plek: de specie ontmengt, het zware grind zakt naar beneden en bovenin komt water met fijne deeltjes.

Platen en vloeren verdicht en vlak je af met een trilbalk, die over hoogtelatten of geleiders loopt. Loopvloeren en industrievloeren worden daarna gepolierd met een vlindermachine, in de volksmond een helikopter. Moet het oppervlak extra slijtvast worden, dan strooi je er een instrooilaag in. Daarvoor heb je maar een kort tijdvenster. Polier je te vroeg, dan trek je water uit het beton. Polier je te laat, dan sluit het oppervlak niet meer.

Nabehandeling, weer en voegen

Beton wordt niet sterk doordat het droogt. Het verhardt door een chemische reactie tussen cement en water. Verdampt het water aan het oppervlak te vroeg, dan stopt die reactie en blijft het oppervlak zacht, stoffig en vol fijne krimpscheurtjes. Houd beton daarom een aantal dagen vochtig, meestal minstens een week: door te besproeien, af te dekken met folie of vochtig geotextiel, of met een nabehandelingsmiddel.

  • Zomer: vroeg in de ochtend storten, de ondergrond en bekisting vooraf nat maken en het beton direct na het afrijen beschermen tegen zon en wind.
  • Koude periode: rond +5 °C en lager verhardt beton veel langzamer. Bevriest vers beton voordat het zijn beginsterkte heeft, dan raakt het blijvend beschadigd. Warmere specie van de centrale, een versneller en afdekken met isolatiemateriaal helpen.
  • Ontkisten: de zijbekisting van wanden en funderingen gaat er meestal na een paar dagen af. Stutten onder vloeren blijven veel langer staan, als richtwaarde 21 tot 28 dagen of zolang de stabiliteitsingenieur aangeeft. Het advies om vloeren na 7 tot 14 dagen te ontstutten is zonder beoordeling riskant.
  • Krimpvoegen: grote platen en verhardingen verdeel je in vakken. De voegen zaag je meestal binnen 24 tot 48 uur, tot ongeveer een kwart à een derde van de dikte. Zaag je ze niet, dan maakt het beton zelf scheuren, op plekken die het zelf kiest.

Chapes: cement en anhydriet

Een chape is geen dragende constructie. Het is een laag die de belasting spreidt en een vlakke ondergrond maakt voor de vloerafwerking. Een zwevende cementchape op isolatie is meestal rond de 50 mm dik. Bij vloerverwarming volg je voor de dekking boven de leidingen de voorschriften van de fabrikant van het systeem. Een anhydrietchape is vloeibaar en vloeit zelf vlak, waardoor hij dunner kan zijn. Hij past alleen niet in ruimtes die blijvend nat zijn en ook niet buiten, en na het uitharden moet het oppervlak geschuurd worden.

Veel klachten ontstaan doordat de vloer op een chape is gelegd die nog niet droog was. Een oude vuistregel zegt dat een cementchape bij de eerste vier centimeter ongeveer 1 cm per week droogt. Dikkere lagen drogen duidelijk langzamer. Betrouwbaar is alleen een meting van het restvocht met de carbidemethode, met de uitkomst in % CM. De grenswaarden bepaalt de fabrikant van de vloerafwerking. Bij cementchapes liggen die rond 2 % CM, bij anhydriet rond 0,5 % CM. Vloerverwarming moet vóór het leggen worden opgestookt volgens een opwarmprotocol.

Handleiding voor doe-het-zelvers: een betonpoer voor een omheiningspaal

Poeren voor een omheining, pergola of tuinoverkapping kan een handige doe-het-zelver zelf maken. Let bij het graven goed op kabels en leidingen in de grond. Raak je een gasleiding of ruik je gas, stop dan meteen, ga op veilige afstand staan, gebruik geen schakelaars en bel 112 of de netbeheerder: Fluvius in Vlaanderen, Sibelga in Brussel, ORES of RESA in Wallonië.

  1. Kabel- en leidinginformatie opvragen via KLIP in Vlaanderen of via KLIM-CICC in Brussel en Wallonië, en de lijn van de omheining met een uitzetkoord markeren.
  2. Een gat graven tot vorstvrije diepte, meestal zo'n 60 tot 80 cm, en ongeveer drie keer zo breed als de paal dik is.
  3. Een laag grind op de bodem storten en aanstampen, zodat water wegloopt bij de voet van de paal.
  4. De paal of paalvoet plaatsen, in twee richtingen waterpas stellen en vastzetten met schuine latten.
  5. Kant-en-klaar beton in zakken precies volgens de instructie op de verpakking aanmaken, zonder extra water, en werken met handschoenen en veiligheidsbril, omdat cement huid en ogen irriteert.
  6. Het beton in lagen aanbrengen, elke laag met een stok doorsteken om de lucht eruit te krijgen en tussendoor controleren of de paal nog recht staat.
  7. De bovenkant van de poer van de paal af laten aflopen, zodat er geen water bij de voet blijft staan, en het beton een paar dagen vochtig houden en tegen vorst beschermen.
  8. De omheiningspanelen pas monteren als het beton is uitgehard, als richtwaarde na een week, en zware poorten volgens de fabrikant nog later.

Betonwerk opleveren en controleren

  • De leveringsbonnen kloppen met de sterkte- en milieuklasse uit de berekening
  • De wapening is vóór het storten gecontroleerd en dat staat met foto's in het werfverslag
  • Maten, hoogtes en de plaats van sparingen kloppen met het plan
  • Het oppervlak heeft geen grindnesten, holtes of zichtbare wapening en de randen zijn strak
  • De vlakheid van platen en chapes is gecontroleerd met een lange lat
  • Krimp- en uitzettingsvoegen zijn gezaagd of aangebracht volgens het ontwerp
  • Je weet hoe en hoe lang het beton is nabehandeld en je hebt een notitie van het weer tijdens de stort
  • Bij chapes heb je vóór het leggen van de afwerking een rapport van de vochtmeting

Bereken het hele project, niet alleen één werkzaamheid

In de prijslijst bouwwerkzaamheden kiest u posten uit alle vakgebieden en NUMIQ maakt er een offerte van die klaar is voor de klant.