Bereken het werk met de prijslijst
Vul de hoeveelheden in en de prijs wordt direct herberekend. Prijsniveau: Nederland. In uw prijslijst kunt u de tarieven zelf aanpassen.
Alle getoonde prijzen zijn exclusief btw. De arbeidsprijs is alleen arbeid. De prijs incl. materiaal omvat ook hulpmaterialen (lijm, voorstrijk, kitten, bevestigingsmiddelen). Wand- en vloertegels, vloeren, verf en sanitair kiest en koopt de klant zelf, die zitten niet in de prijs.
| Post | Eenheid | Prijs / eenheid | Hoeveelheid | Totaal |
|---|---|---|---|---|
| Verwarmingstechniek | ||||
| Vloerverwarmingsisolatieplaten leggen | m² | € 6,45 | - | |
| Verwijderen & opnieuw plaatsen radiator (compleet) | st | € 331,20 | - | |
| Gas- / elektrische cv-ketel verwijderen | st | € 202,40 | - | |
| Warmwaterboiler verwijderen | st | € 200,55 | - | |
| Plaatsen & aansluiten paneelradiator | st | - | ||
| Plaatsen handdoekradiator badkamer | st | € 220,80 | - | |
| Installatie vloerverwarmingsbuizen | m | € 8,30 | - | |
| Vloerverwarmingsverdeler installeren | st | - | ||
| Gascondensatieketel installeren | st | - | ||
| Thermostatische radiatorkraan (TRV) & -knop installeren | st | € 34,95 | - | |
| Aarden / vereffenen verwarmingssysteem | st | - | ||
| Thermostatische radiatorkraan (TRV) vervangen | st | € 34,95 | - | |
| Retourafsluiter vervangen | st | € 34,95 | - | |
| Circulatiepomp installeren | st | - | ||
| Voorbereidende bedrading voor slimme thermostaataansluiting | st | - | ||
| Laagverliesverdeler installeren & aansluiten | st | - | ||
| Expansievat installeren | st | € 99,35 | - | |
| Recirculatieleidingwerk installeren | st | - | ||
| Tapwater- / recirculatiepomp installeren | st | - | ||
| Leidingwerk draadsnijden | st | € 101,20 | - | |
| Metalen leidingen autogeen lassen | st | € 36,80 | - | |
| Verwarmingssysteem afpersen | u | € 239,20 | - | |
| Verwarmingssysteem aftappen | st | - | ||
| Verwarmingssysteem vullen, ontluchten & inregelen | u | € 128,80 | - | |
| Leidingwerk voor radiatoren | str.m | € 16,55 | - | |
| Bestaand verwarmingssysteem spoelen & reinigen | u | € 92,00 | - | |
| Leiding bevriezen (pijpbevriezer) | st | € 92,00 | - | |
| Radiator afdoppen | st | € 119,60 | - | |
| Verwarmingssysteem vullen | st | - | ||
| Verwarmingsleidingen in vloer hakken | str.m | € 44,15 | - | |
| Verwarmingsleidingen in vloer in beton storten | str.m | € 11,95 | - | |
| Radiatorbeugel plaatsen | st | € 31,30 | - | |
| Radiatorkranen plaatsen | st | € 31,30 | - | |
| Radiator op druk brengen & ontluchten | st | € 22,10 | - | |
Wat een systeemplaat is en waarom hij ertoe doet
Een systeemplaat doet drie dingen tegelijk. Hij houdt de leidingen op een vaste hart-op-hartafstand, zodat de vloer gelijkmatig warm wordt. Hij vormt een isolerende laag direct onder de leidingen, zodat de warmte naar de dekvloer gaat. En de toplaag van folie met overlappen en sluitingen voorkomt dat de natte dekvloer in de naden loopt en daar koudebruggen vormt.
Het meest kom je de noppenplaat tegen. Dat is een stevige polystyreenplaat met noppen, waartussen de leiding gewoon wordt vastgetrapt. De noppen staan in een regelmatig raster, meestal om de 50 mm. Zo kan de installateur de leidingen zonder meten op 100, 150 of 200 mm leggen. De bovenkant is meestal voorzien van een stevige kunststof folie. Die beschermt het polystyreen tegen beschadiging door betreden en tegen vocht uit de dekvloer.
Waarom niet gewoon leidingen op losse isolatieplaten leggen? Dat kan, maar dan moeten de leidingen met clips of rails worden vastgezet. Bij het storten van de dekvloer willen ze dan nog wel eens omhoog komen. Een systeemplaat maakt dat werk eenvoudiger en het resultaat voorspelbaarder.
Soorten systeemplaten en wanneer je welke kiest
Noppenplaat met geïntegreerde isolatie
De standaard bij nieuwbouw en grotere renovaties. Onder de noppen zit een isolatielaag, volgens de fabrikant ongeveer 10 tot 30 mm dik. De plaat komt meestal op een extra isolatielaag die de eigenlijke vloerisolatie verzorgt. Het voordeel: snel leggen en de leidingen zitten stevig vast. Let bij de keuze op de leidingdiameter waarvoor de plaat bedoeld is en op de drukvastheid. In woonruimtes volstaat een gangbare drukvastheid volgens de fabrikant. Onder een zware keuken, een kachel met veel massa of in een garage heb je een steviger type nodig.
Noppenfolie zonder isolatie
Een dunne, gevormde folie met noppen die op een al gelegde isolatielaag komt. Dit zie je waar de ontwerper een andere isolatieplaat wil gebruiken, bijvoorbeeld met een hogere drukvastheid of een betere isolatiewaarde. Het leggen kost een stap meer, want isolatie en folie gaan apart, en de folie moet zonder golven liggen.
Vlakke systeemplaat voor het tackersysteem
Een plaat met gelamineerde folie en een opgedrukt raster. De leidingen worden met kunststof nieten vastgezet met een handtacker, vandaar de naam tackersysteem. Het is flexibeler bij onregelmatige ruimtes en schuine wanden, en je kunt de leiding ook buiten het raster leggen. Daar staat tegenover dat alleen de niet de leiding vasthoudt. Bij onvoorzichtig storten kan er een losschieten.
Dunne systemen voor renovatie
Bij het opknappen van een oudere woning of een bovenwoning ontbreekt vaak de hoogte voor de volledige vloeropbouw. Daarvoor bestaan dunne platen voor leidingen met een kleinere diameter, die worden afgewerkt met een dunne zelfnivellerende egaliseerlaag. Ze isoleren weinig of niet, dus ze passen vooral boven verwarmde ruimtes. Op een begane grondvloer boven een kruipruimte of op zand zijn ze zonder extra isolatie geen goede keuze.
Zie je op deze pagina meerdere varianten in de prijslijst, dan zit het verschil meestal in het type plaat, de isolatiedikte en de vraag of de onderste isolatielaag en de randisolatiestrook zijn inbegrepen. Spreek vooraf duidelijk af wat de post precies omvat.
Wat klaar moet zijn voordat de ploeg komt
De meeste tijd gaat verloren op bouwplaatsen waar de ondergrond niet klaar is. Voordat er gelegd wordt, horen deze zaken op orde te zijn:
- Vlakke en schone ondergrond. Betonvloer of verdiepingsvloer zonder bulten, mortelresten en bouwpuin. De afwijkingen moeten binnen wat de fabrikant van de plaat aangeeft blijven, meestal maar enkele millimeters onder een rei van twee meter. Grotere oneffenheden eerst egaliseren.
- Vochtscherm op de begane grond. Bij een vloer op zand of boven een vochtige kruipruimte moet de vochtwering af en onbeschadigd zijn. De systeemplaat vervangt die niet.
- Leidingen in de vloer. Elektra, water en afvoer die door de vloer lopen, moeten klaar en vastgezet zijn. Het liefst liggen ze in de onderste isolatielaag, die eromheen wordt uitgesneden, of in een uitvullaag.
- Stucwerk en kozijnen. Het binnenstucwerk is bij voorkeur klaar, zodat de platen niet vuil worden en de randstrook tegen een afgewerkte wand komt.
- Hoogteplan van de vloer. Je moet weten waar de afgewerkte vloer komt en hoe dik vloerafwerking en dekvloer worden. Daaruit volgt de isolatiedikte.
- Plaats van de verdeler. De verdelerkast hangt bij voorkeur al, zodat de plaat er netjes omheen gesneden kan worden.
Woon je in een appartement, denk dan ook aan geluid. Een harde dekvloer die ergens contact maakt met de wand, geeft contactgeluid door aan de buren. Een doorlopende randstrook en zo nodig een extra laag tegen loopgeluid zijn hier geen luxe.
Zo verloopt het leggen, stap voor stap
Randisolatiestrook
De eerste stap is een strook van schuimmateriaal langs de hele omtrek van de ruimte, rond kolommen, kozijnen en leidingdoorvoeren. Hij is meestal ongeveer 8 tot 10 mm dik en zo hoog dat hij boven de toekomstige dekvloer uitsteekt. De strook geeft de dekvloer ruimte om uit te zetten als hij warm wordt, en scheidt de vloer van de wanden. Dat helpt ook tegen het doorgeven van loopgeluid. Vaak heeft de strook een folieflap die later over de systeemplaat wordt gelegd.
Onderste isolatielaag
Als het ontwerp het voorschrijft, komt eerst een onderste laag isolatie, voor warmte of tegen loopgeluid. De platen worden in halfsteens verband gelegd, met verspringende naden, en strak tegen elkaar. Bij meerdere lagen vallen de naden van de lagen niet over elkaar. Rond leidingen wordt de isolatie uitgesneden, of de ruimte ertussen wordt opgevuld met een uitvulmateriaal, zodat de systeemplaat over het hele vlak gedragen wordt.
Systeemplaten leggen
De platen worden vanuit één hoek gelegd, meestal vanaf de wand met de verdeler of de langste rechte wand. Ze worden verbonden met de folie-overlappen of de sluitingen aan de randen, zodat er één doorlopend vlak zonder kieren ontstaat. Het restant aan het eind van een rij gaat vaak aan het begin van de volgende. Dat scheelt materiaal en laat de naden verspringen.
Snijden gaat met een scherp mes of een fijne zaag. Bij kozijnen, leidingen en in hoeken moet dat precies, want elke kier is een plek waar de dekvloer onder de plaat loopt. Kleine kieren worden met restjes opgevuld of afgeplakt met tape volgens de instructies van de fabrikant.
Folieflap en dilatatievoegen
De folieflap van de randstrook gaat over de platen en wordt afgeplakt, zodat de dekvloer niet tussen strook en plaat loopt. In deuropeningen en waar het ontwerp de vloer in velden verdeelt, komen dilatatieprofielen. Een vloerveld mag meestal niet te groot en niet te langgerekt zijn. Een gangbare richtlijn is ongeveer tot 40 m² en een zijde tot ongeveer 8 m, maar de precieze waarden bepaalt het ontwerp of de leverancier van de dekvloer.
Overdracht aan de installateur
Op het klaargelegde vlak legt de installateur daarna de leidingen, voert de drukproef uit en dan gaat de dekvloer erop. Wordt er even niet gewerkt, bescherm de platen dan tegen betreden, vooral tegen lopen met zware lasten en rijden met een kruiwagen zonder loopplanken.
Wat het werk makkelijker of lastiger maakt
Hoeveel werk het op de bouwplaats is, hangt sterk af van de omstandigheden. Vlot gaat het waar:
- De ruimtes groot en rechthoekig zijn, met weinig hoeken en doorvoeren
- De ondergrond vlak en schoon is en niet geëgaliseerd hoeft te worden
- Het materiaal droog en binnen handbereik op de bouwplaats ligt
- De leidingen in de vloer klaar zijn en duidelijk is waar ze lopen
Langer duurt het bij:
- Kleine ruimtes, gangetjes en badkamers met veel snijwerk
- Gebogen of schuine wanden, kolommen, trappen en nissen
- Veel doorvoeren van leidingen en elektrabuizen door de vloer
- Een ongelijke ondergrond die eerst uitgevuld of geëgaliseerd moet worden
- Meerlaagse isolatie met een combinatie van warmte- en geluidsisolatie
- Slechte bereikbaarheid, bijvoorbeeld materiaal naar een hoge verdieping zonder lift of via een smalle trap in een oud herenhuis
- Werken in een deels bewoonde woning, waar telkens opgeruimd moet worden en andere ruimtes beschermd
Afstemming met andere vakmensen en de doorlooptijd
Het leggen van de systeemplaat zit midden in de keten. Ervoor komen de aannemer, de erkend elektricien, de loodgieter en wie de vochtwering aanbrengt. Erna komen de installateur met de leidingen, het bedrijf voor de dekvloer en tot slot de vloerenlegger of tegelzetter. De belangrijkste afstemming gaat over hoogtes. Wordt de isolatie gekozen zonder rekening te houden met dekvloer en vloerafwerking, dan krijg je te lage deuren, extra dorpels of een opstapje naar de volgende ruimte.
De dikte van de dekvloer boven de leiding hangt af van het type. Bij een zand-cementdekvloer rekent men meestal met een grotere dekking, ongeveer rond de 45 mm. Bij een anhydriet gietvloer kan het dunner. De voorschriften van de leverancier en het ontwerp gaan altijd voor. Bij een vloeibare anhydrietvloer is het extra belangrijk dat alle naden in de folie dicht zijn, anders loopt de dunne specie onder de platen.
Wil je bij een begane grondvloer boven een kruipruimte meteen ook de vloerisolatie verbeteren, kijk dan of je in aanmerking komt voor een subsidieregeling zoals de ISDE. De voorwaarden veranderen geregeld, dus check de actuele informatie bij RVO voordat je bestelt.
Het leggen zelf duurt niet lang. In een eengezinswoning met een normale plattegrond is een ervaren ploeg er meestal in één tot twee dagen mee klaar, bij een grillige indeling langer. Wat erna komt, duurt langer. De dekvloer moet drogen, een zand-cementvloer meestal enkele weken, en vóór de vloerafwerking volgt het opstookprotocol. Die tijd win je niet terug door de plaat sneller te leggen.
Typische fouten en hoe ze zich later laten zien
De meeste problemen komen pas aan het licht in de afgewerkte vloer, als herstel lastig is.
- Ongelijke ondergrond. De plaat wiebelt, veert bij het lopen en de dekvloer erboven is niet overal even dik. Dat geeft scheuren en een ongelijk warme vloer.
- Ontbrekende of onderbroken randstrook. De dekvloer drukt bij opwarming tegen de wand, scheurt of geeft geluid door naar aangrenzende ruimtes. In appartementen is dit een bekende bron van klachten over loopgeluid.
- Kieren tussen de platen. De dekvloer loopt onder de plaat en vormt een koudebrug. Warmte verdwijnt naar beneden en de vloer warmt trager op.
- Verkeerde drukvastheid. Zacht polystyreen onder zware meubels of in een garage wordt in de loop der tijd ingedrukt en de dekvloer zakt.
- Te weinig isolatie boven de kruipruimte of op zand. De verwarming werkt wel, maar je verwarmt ook de kruipruimte of de grond. Met een warmtepomp merk je dat direct aan het rendement.
- Leidingen onder de plaat zonder uitvullen. De plaat ligt op de leidingen als op een richel, breekt en boven de leidingen ontstaat een scheur.
- Vergeten dilatatievoegen in deuropeningen. De dekvloer scheurt juist op de overgang tussen ruimtes. Leidingen die door een voeg lopen, horen in een beschermhuls, dat regelt de installateur.
- Kapotgetrapte noppen. Op die plek blijft de leiding niet zitten en komt hij omhoog bij het storten.
Doe-het-zelfgids: zelf een noppenplaat leggen
Een systeemplaat leggen is werk dat een handige leek zelf kan doen. Er komt geen gas of elektra aan te pas en je hebt geen speciaal gereedschap nodig. Laat het leggen van de leidingen, het aansluiten op de verdeler en de drukproef wel over aan de installateur. Spreek vooraf met hem het raster, de isolatiedikte en de plaats van de dilatatievoegen af.
- De vlakheid van de ondergrond met een lange rei controleren en plekken die geëgaliseerd moeten worden markeren.
- De ondergrond vegen en stofzuigen, mortelresten en puin verwijderen.
- Het vochtscherm op de begane grond nalopen en eventuele beschadigingen laten herstellen.
- De randisolatiestrook langs de hele omtrek, rond kozijnen en doorvoeren aanbrengen.
- De onderste isolatielaag met verspringende naden leggen en rond leidingen precies uitsnijden.
- Met de systeemplaten beginnen in de hoek bij de verdeler of langs de langste rechte wand.
- De platen met de overlappen of sluitingen verbinden, zonder kieren.
- Het restant van een rij aan het begin van de volgende rij gebruiken, zodat de naden verspringen.
- De platen rond kozijnen, leidingen en de verdelerkast met een scherp mes op maat snijden.
- De folieflap van de randstrook over de platen leggen en met tape afplakken.
- Dilatatieprofielen in deuropeningen en volgens het plan van de vloervelden plaatsen.
- Het hele vlak nalopen, kleine kieren afplakken en beschadigde stukken vervangen.
- Het vlak afdekken met loopplanken of niet meer betreden tot de installateur komt.
Twijfel je over de hoogtes of de drukvastheid van de isolatie, leg het dan voor aan de ontwerper of de installateur. Een verkeerde keuze in deze laag herstel je later alleen door de dekvloer eruit te slopen.
Controle en oplevering vóór de dekvloer
Het beste moment om te controleren is direct na het leggen, en nog een keer nadat de leidingen erop liggen. Maak foto's van het hele vlak. Die komen goed van pas als je over een paar jaar wilt weten waar leidingen of kabels lopen, bijvoorbeeld voordat je iets in de vloer wilt boren. Loop bij de oplevering deze punten na:
- De randstrook loopt langs de hele omtrek, rond kozijnen en doorvoeren, nergens onderbroken
- De folieflap van de randstrook ligt over de platen en is afgeplakt
- De platen sluiten strak op elkaar aan, zonder zichtbare kieren of open sluitingen
- De plaat wiebelt en veert niet bij het lopen
- De noppen zijn niet kapotgetrapt en de folie is niet gescheurd
- De naden van de onderste isolatie verspringen en boven leidingen zitten geen bulten
- De hoogte van het oppervlak klopt met het hoogteplan van de vloer
- Dilatatieprofielen zitten in de deuropeningen en op de plekken volgens het ontwerp
- Rond de verdelerkast is de plaat netjes op maat gesneden
- Het vlak is schoon, zonder puin of materiaalresten
- Er zijn foto's van het hele vlak gemaakt
Veelgestelde vragen
Dat hangt af van wat er onder de vloer zit. Boven een verwarmde ruimte volstaat een dunnere laag, vaak alleen de systeemplaat en een laag tegen loopgeluid. Op een begane grondvloer boven een kruipruimte of op zand is een veel dikkere isolatielaag nodig. De precieze dikte volgt uit het ontwerp of een warmteverliesberekening van de installateur.
Soms wel, als de tegels vast en vlak liggen en de vloer een hogere opbouw toelaat. Bij renovatie kiest men dan vaak voor een dun systeem. Kijk wel goed naar de hoogte van deuren en dorpels, en of de vloer onder de tegels voldoende geïsoleerd is.
De noppenplaat heeft een eigen toplaag van folie die beschermt tegen de dekvloer. Een vochtscherm tegen optrekkend vocht is een aparte laag in de vloeropbouw. Een scheidingsfolie op de onderste isolatie schrijven sommige fabrikanten voor, vooral bij gietvloeren. Volg daarom hun instructies.
Een noppenplaat legt sneller en houdt de leidingen steviger vast, ideaal voor gewone rechthoekige ruimtes. Het tackersysteem is flexibeler bij grillige vormen en laat leidingen ook buiten het raster toe. De vorm van de ruimte, het type dekvloer en de werkwijze van de installateur geven de doorslag.
Pas nadat de leidingen gelegd zijn, op de verdeler zijn aangesloten en de drukproef geslaagd is. Tijdens het storten staan de leidingen meestal onder druk, zodat een beschadiging direct opvalt. De plaat zelf hoeft niet te drogen of uit te harden.
Gerelateerde werkzaamheden
Wanneer en hoe je het water uit je cv-installatie aftapt, waar je op let bij radiatoren en vloerverwarming en hoe je daarna goed bijvult en ontlucht.
Hoe je een radiator compleet laat demonteren en terugplaatsen, wat het werk lastiger maakt, waar je in een flat op let en hoe je het resultaat controleert.
Zo bouw je een radiator om met gipsplaat, hout, MDF of metaal. Waar je let op ventilatie en kranen en hoe je de ombouw controleert.
Zo worden vloerverwarmingsbuizen in een dekvloer gestort: zandcement of anhydriet, waarom een drukproef nodig is en hoe je de vloer voor het eerst opstookt.
Hoe een sleuf voor cv-leidingen in de vloer wordt gemaakt, wat het werk zwaarder maakt en hoe je het resultaat controleert.
Zo gaat het monteren en vervangen van radiatorkranen in zijn werk: welke kraan je kiest, welke fouten je voorkomt en hoe je het werk controleert.
Blog
Bereken het hele project, niet alleen één werkzaamheid
In de prijslijst bouwwerkzaamheden kiest u posten uit alle vakgebieden en NUMIQ maakt er een offerte van die klaar is voor de klant.